PROTOCOL: FOTO EN FILMBELEID

>Het komt regelmatig voor dat (groot)ouders/ verzorgers opnames willen maken op de groepen, bijvoorbeeld tijdens de verjaardag van een kind. Hierdoor kunnen beelden van kinderen ongewenst op het internet terecht komen. Om dit te voorkomen is in het kader van de wet op de privacy, in overleg met de oudercommissie van Nuna Kinderopvang, dit Foto- en filmbeleid opgesteld.

Bij ieder plaatsingsgesprek wordt met de ouders/ verzorgers besproken of zij toestemming geven voor het plaatsen van foto’s en/of filmpjes van hun kind(eren) op de website en/of Facebook-pagina van Nuna Kinderopvang. Ouders vullen dit in op het Formulier Gebruik Foto’s en film.

Wanneer ouders geen toestemming geven, noteren de pedagogisch medewerkers dit.

Alleen medewerkers van Nuna Kinderopvang hebben toestemming foto’s en/of films te maken met apparatuur van Nuna Kinderopvang. Wanneer een pedagogisch medewerker, bij uitzondering, gebruik maakt van eigen foto-/filmapparatuur, mag het materiaal alleen gebruikt worden voor Nuna Kinderopvang. Bestanden dienen na gebruik verwijderd te worden van de apparatuur en de privé-computer. Al het materiaal wordt alleen voor Nuna Kinderopvang gebruikt, bijvoorbeeld voor het documenteren, presentaties en informatiebijeenkomsten.

Bij het plaatsen van foto’s/ films van kinderen op de website/ Facebook worden kinderen nooit bij naam genoemd. Wanneer fotomateriaal gebruikt wordt voor PR, wordt hier altijd extra toestemming van ouders voor gevraagd.

Op sommige afdelingen van Nuna Kinderopvang komt jaarlijks een externe fotograaf pasfoto’s en groepsfoto’s maken. Ouders/ verzorgers worden hier van tevoren van op de hoogte gesteld.

Medewerkers mogen nooit foto’s van Nuna Kinderopvang-kinderen op hun eigen Facebook-pagina plaatsen.

Indien (groot)ouders/ verzorgers zelf met foto-/filmapparatuur op het kinderdagverblijf komen, dienen de medewerkers hen te wijzen op dit Foto- en filmbeleid van Nuna Kinderopvang.

De pedagogisch medewerkers dragen zorg voor de documentatie, hieronder vallen ook speciale gelegenheden zoals een verjaardag, afscheid of het zomerfeest. Bij de kinderen van 0-4 jaar bieden de pedagogisch medewerkers van de groep de ouders aan een fotoverslag te maken van de verjaardag.

Pedagogisch medewerkers mogen alleen foto’s doormailen naar ouders, wanneer alleen het eigen kind op de foto staat. Foto’s met andere kinderen van de groep mogen nooit digitaal gedeeld worden.

Bij het maken van foto's wordt er rekening gehouden dat kinderen minimaal een hemd en onderbroek of romper aanhebben. Er worden nooit naaktfoto's of foto's in alleen onderbroek gemaakt en verstuurt.

PROTOCOL: VEILIG SLAPEN

Helaas komt het in Nederland af en toe voor dat een baby tijdens kinderopvang overlijdt onder het beeld van wiegendood. Zowel in dagverblijven als bij gastouders. In overleg met praktijkdeskundigen is speciaal voor kinderopvang dit protocol ontwikkeld. Basis is de door NVK (Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde), AJN (Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland) RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) ondersteunde landelijke richtlijn Preventie Wiegendood. Actuele wetenschappelijke onderzoeksbevindingen kunnen leiden tot aanvulling van dit protocol.

De statistieken over een lange reeks van jaren tonen aan dat volgen van de preventieadviezen leidt tot drastische verlaging van de incidentie van wiegendood. Aandacht voor preventie en voorzorgsmaatregelen kan het risico -dat in het bijzonder voor jonge baby’s tussen 3 en 9 maanden relatief hoger blijkt uit te vallen dan in thuissituaties -tot het uiterste beperken. Nochtans kan niemand alle risico uitsluiten.

 

 

Afspraken

In onze organisatie voor kinderopvang moeten alle professionele verzorgers kennis dragen van de preventieaanbevelingen Veilig Slapen adviezen zoals gepubliceerd op de website van het NCJ. Ouders ontvangen deze adviezen in de regel van consultatiebureau (jeugdgezondheidszorg), verloskundigen of kraamzorg, maar als dat niet zo is kunnen zij de actuele adviezen van de websites downloaden. De adviezen in samenhang gelden voor de eerste twee levensjaren, maar op onderdelen kan een periode worden aangegeven.

Binnen onze instelling dient iedereen van de praktische preventieve maatregelen op de hoogte te zijn, ook stagiaires en invallers. De leiding ziet daar op toe. Op alle babyslaapkamers hangen ter herinnering de nodige instructies.  

Wat kunnen wij doen om de veiligheid te bevorderen? 

1. Leg een baby nooit op de buik te slapen

  • Een baby op de buik te slapen leggen maakt het risico van wiegendood wel vier tot vijf maal groter dan gemiddeld. Bij een verkouden baby nog iets meer, bij een huilbaby aanzienlijk meer. Leg een baby dus zelfs niet één enkele keer op de buik te slapen, bij voorbeeld omdat het kind alleen dan troostbaar lijkt. Er zijn helaas diverse voorbeelden dat zo'n uitzondering fataal afliep.
  • Er zijn bepaalde, maar niet vaak voorkomende (aangeboren) afwijkingen waarbij buikligging (tijdelijk) wel wenselijk kan zijn. Vraag de ouders in zo’n geval om een schriftelijke verklaring van hun arts te overleggen en berg een kopie op in het dossier. Vraag naar de bij buikligging voorgeschreven monitor.
  • Wijs ouders die zonder medische reden buikligging wensen, nadrukkelijk op de preventieadviezen. Willen zij desondanks dat hun baby in buikhouding slaapt (soms hebben zij hun kind daar al aan gewend), en wil onze organisatie dat aanvaarden, leg deze opdracht dan schriftelijk (op intakeformulier) vast, met redenen omkleed, en door de eindverantwoordelijke ouders ondertekend. Formulier buikslapen

NB: Kiest een ouder wordende baby, die gezond is, in goede conditie en motorisch zo ontwikkeld dat vlot om en om draaien geen probleem is, regelmatig zelf voor op de buik slapen, dan is vasthouden aan steeds terugleggen op rug niet zinvol. De baby steeds terugdraaien zal dan telkens de slaap verstoren. Gemiddeld zijn baby’s met vijf maanden in staat om zelf van rug naar buik en weer terug te draaien, maar sommigen zijn er pas met negen maanden aan toe. Let bij een buikslaper wel extra op de bed veiligheid!

  • Stel ook een schriftelijke verklaring op, wanneer ouders willen dat hun baby wordt gefixeerd/vastgelegd. Formulier inbakeren Vraag naar de reden. Het vastleggen van baby’s om rugligging te bevorderen wordt in Nederland afgeraden. Wordt fixeren bij uitzondering door een arts geadviseerd, dan dient het te gebeuren met een ‘veilig geacht’ hulpmiddel (bijvoorbeeld een slaapwikkel), consequent en elke keer weer uiterst zorgvuldig toegepast. Gebruik van stabilisatierolletjes, zijligkussentjes of -wigjes tijdens de slaap wordt afgeraden. Het vastleggen van kinderen ouder dan 9 maanden wordt ook afgeraden.
  • Om vergissingen te voorkomen kan aan het bed van een baby die (om medische reden) op de buik slaapt een kaart met een grote letter  worden bevestigd. In geval van fixeren kan een letter  F daarop attent maken
  • Omdat veranderingen in routine duidelijk een risico verhogend effect hebben, is het aan te raden om een baby die bij het slapen gaan aan een fopspeen is gewend, die ook in kinderopvang consequent voor het slapen te geven. Aanbevolen wordt het gebruik van een fopspeen na de leeftijd van 10 maanden af te bouwen. Gebruik voor een speen geen koord of lint dat langer is dan 10 centimeter.
  • Gebruikt een baby medicijnen, vraag dan om het advies van de behandelend arts en ga na of is gecontroleerd op slaapverwekkende bijwerking.

Ad 1. Aansprakelijkheid.

De schriftelijke verklaringen moeten duidelijk aangeven hoe en waarom van de preventieadviezen wordt afgeweken en dienen om te kunnen aantonen dat het kinderdagverblijf zorgvuldig te werk is gegaan. In geval van aansprakelijkheidsstelling is dat van belang. Juridische aansprakelijkheid valt te toetsen aan de mate waarin men nalatig of onzorgvuldig is geweest, opzettelijk dan wel onopzettelijk. Bij beoordeling zal worden gekeken naar beleid en uitvoering. Wettelijke voorschriften, waar de GGD op toeziet, zijn van een hogere orde dan raadgevingen en/aanbevelingen, zodat het verstandig is om interne regels ook daarvan niet te laten afwijken. Denk aan de eisen voor bedjes en boxen. Naast juridische is er morele aansprakelijkheid. In dat kader is van belang dat directie en personeel zichzelf achteraf geen verwijten hoeven maken over zaken die hadden kunnen worden voorkomen.

De Veilig Slapen adviezen berusten op de JGZ-richtlijn Preventie Wiegendood en worden in Nederland breed ondersteund, door alle (medische) organisaties die zich bezighouden met babyzorg, zoals consultatiebureaus, kraamzorg, de GGD en VeiligheidNL.

Ad 2. Inbakeren (zie ook uitgebreide PROTOCOL: INBAKEREN)

Als ouders een verzoek doen om hun baby op de door hen toegepaste wijze in te bakeren, dient allereerst te worden nagegaan of het inbakeren wordt gedaan in overleg met consultatiebureau- of kinderarts en of de juiste, veilige methode wordt toegepast, met goed materiaal en binnen veilige leeftijdsgrenzen.

Een baby die niet in goede conditie is of koorts heeft mag nóóit worden ingebakerd. Op verkeerde wijze of met ongeschikte middelen inbakeren kan risicovol zijn en de kans op het ontwikkelen van een Juni 2023 3/5 heupafwijking bevorderen. Om de kans op een heupafwijking te verkleinen, moet een ingebakerde baby de benen kunnen spreiden en optrekken. Strikte leeftijdsgrenzen zijn van belang: een al wat oudere baby die er ingebakerd of losjes ingepakt in slaagt om te draaien, belandt in een potentieel levensbedreigende situatie! Het actuele advies is om inbakeren bij voorkeur na de vierde maand af te bouwen en uiterlijk na de zesde maand te stoppen in verband met toenemende veiligheidsrisico’s

Over inbakeren bestaat in Nederland geen consensus. De jeugdgezondheidszorg hanteert de multidisciplinaire richtlijn Excessief huilen met het uitgangspunt dat inbakeren kan worden overwogen, als regelmaat, voorspelbaarheid en prikkelreductie onvoldoende effect hebben. Het inbakeren gaat dan samen met regelmaat, voorspelbaarheid en prikkelreductie. In deze richtlijn is precies omschreven wanneer en hoe veilig en verantwoord kan worden ingebakerd en wanneer het moet worden ontraden.

2. Voorkom dat een baby te warm ligt

  • Warmtestuwing is een risicofactor voor wiegendood. Let daarom goed op dat een baby niet te warm toedekt wordt. Baby’s in de kinderopvang of bij de gastouder hebben binnen beslist geen mutsje nodig. De warmteregulatie gaat namelijk via het hoofd. Door koude overlijdt zelden een baby.
  • Zolang het nekje van een baby in bed prettig (= lauw) aanvoelt, heeft deze het niet te koud. Een baby die veel transpireert heeft het te warm!
  • Zorg dat het niet te warm is of wordt in de slaapvertrekken. De verwarming hoeft er niet vaak aan. De aanbevolen slaapkamertemperatuur is 15 tot en met 18 graden. Hang een thermometer op. Lucht regelmatig de verblijfs- en slaapruimten.
  • Leg een baby bij voorkeur te slapen in een babyslaapzak (trappelzak) of maak het bedje laag op met een goed ingestopt laken en een dekentje. Gebruik nooit een dekbedje. Bij gebruik van een babyslaapzak is ander beddengoed vaak niet nodig. Belangrijk: Laat een baby nooit met bedekt hoofd slapen!

3. Zorg voor veiligheid in het bed

  • Gebruik bedden die voldoen aan de wet1 , een kinderwagenbak of hangmat is geen veilige slaapplaats1.
  • De matrassen zijn stevig en vlak en passen goed in de bedjes.
  • Leg geen extra matras in een campingbedje. Gebruik alleen het bij het campingbed meegeleverde dunne matrasje.
  • Gebruik nooit een kussen, een kussenachtige knuffel, zachte hoofd- en zijwandbeschermers, zeiltjes, tuigjes, koorden of voorwerpen van zacht plastic in het bedje.
  • Maak het babybed kort op: dat wil zeggen zo dat de voetjes vrijwel tegen het voeteneinde liggen. Dit is bedoeld om te voorkomen dat het kind onder het beddengoed schuift. Vermijd ook het opvullen van ruimte aan het voeteneinde met dubbelgeslagen dekens of een kussen.
  • Laat slaapkamertjes en beddengoed regelmatig luchten.

Zie voor de actuele adviezen inzake producten op de websites het overzicht ‘Producten veilig of onveilig’.

4. Voorkom gezondheidsschade door (mee)roken

  • Niet alleen voor wiegendood is roken een risicofactor. Rook kan een baby veel schade doen, met (levenslang) blijvende gevolgen. Daarom mag nergens binnen de gebouwen worden gerookt. Ook niet buiten op speelplaats in aanwezigheid van de kinderen.

5. Houd voldoende toezicht

  •  Kijk telkens als je een kindje naar bed brengt even in de andere bedjes.
  • Houd nieuwkomers/jonge baby’s zoveel mogelijk extra in het oog. Er zijn sterke aanwijzingen dat veranderingen in omstandigheden en routine bij (jonge) baby’s stress en slaapverstoring veroorzaken. De situatie tijdens kinderopvang verschilt in vrijwel alle opzichten van die in het ouderlijk huis. Het is daarom verstandig om ouders van jonge baby’s de gelegenheid te bieden om voorafgaand aan plaatsing enkele malen met hun baby op gewenningsbezoek (bij voorkeur met slaapperiode) te komen.
  • Als permanent toezicht niet mogelijk is, is een zo kort mogelijke interval wenselijk. Elke tijdseenheid is arbitrair. Kies het kortst haalbare interval, want een gevaarlijke situatie kan een baby heel snel fataal worden. Ga minimaal eens per half uur ter controle langs alle kinderen.
  • Maak gebruik van een (beeld)babyfoon; zeker als er buiten wordt gespeeld of wanneer een leidster even elders moet zijn. De pedagogisch medewerkers zijn verantwoordelijk voor het toepassen van deze regels. Zij worden geacht eventuele problemen in de praktijk te signaleren. Van belangrijke gebeurtenissen (ongelukken of bijna-ongelukken) moeten zij de directie meteen op de hoogte stellen.

 

De pedagogisch medewerkers zijn verantwoordelijk voor het toepassen van deze regels. Zij worden geacht eventuele problemen in de praktijk te signaleren. Van belangrijke gebeurtenissen (ongelukken of bijna-ongelukken) moeten zij de directie meteen op de hoogte stellen. Als er ondanks alle voorzorgen toch een baby in ogenschijnlijk slechte conditie wordt aangetroffen, prikkel het kind dan door het aan te tikken, de voetzolen te kietelen en het op te pakken en zie of het zich herstelt. Zo niet, sla dan terstond alarm (112 bellen) en begin met reanimeren.

Roep andere medewerkers te hulp, maar laat de overige kinderen niet zonder Juni 2023 5/5 toezicht. De directie wordt gewaarschuwd en zij neemt contact op met de ouders, en met medische instanties. Het is van belang om van begin af aan feiten te noteren zoals het tijdstip, de omstandigheden en de betrokkenen

SAMENVATTING PREVENTIE MAATREGELEN

  • Stel ouders met een jonge baby voorafgaand aan plaatsing enkele keren in de gelegenheid om hun kind aan de sterk veranderende omstandigheden en de nieuwe routine te laten wennen.
  • Houd jonge baby’s tijdens het slapen extra goed in de gaten.
  • Leg een baby nooit op de buik te slapen, ook niet één keertje.
  • Hang bij uitzonderingen (verklaring vereist) een bordje met een   B  of   F  aan het bedje.
  • Controleer steeds alle kinderen als je er een naar bed brengt. Kijk als het niet vaker kan minimaal een keer per half uur.
  • Zet de babyfoon of video aan als je niet op de groep bent.
  • Ventileer de slaapkamer regelmatig en zorg dat het er niet te warm is.
  • Maak het bedje laag op en gebruik geen dekbed.
  • Rook nooit in de (buurt van) de opvang.

HANDELEN IN GEVAL VAN CALAMITEIT

  1. Blijf kalm.
  2. Prikkel de baby (zonder krachtig te schudden, ondersteun het hoofdje!).
  3. Roep de hulp in van collega's.
  4. Bel direct 112.
  5. Pas bij niet reageren op prikkelen mondop-mondbeademing toe en daarna hartmassage.
  6. Maak notities.

Download hier het instructieblad. Hang deze op in de slaapkamers.

Aanbevolen wordt om in geval van plotseling en onverwacht overlijden daarvan tevens melding te maken aan de Landelijke Werkgroep Wiegendood via het speciale meldnummer: 06 – 5129 3788. Uiteraard alleen met toestemming van de ouders. Een te hulp schietende arts kan adviseren over de mogelijkheden van nader (medisch) onderzoek.

Raadzaam is om in alle omstandigheden zo spoedig mogelijk en zo volledig mogelijk te noteren. Veel gegevens zijn essentieel of van groot belang om naderhand bij te dragen aan het zoeken naar een oorzaak.

Noteer t.b.v. een op te stellen observatieverslag: tijdstip van de gebeurtenis, de aangetroffen situatie in het bedje, de houding van de baby, de kleding en de temperatuur (ook die van de baby). Maak eventueel foto’s.

De directie beseft dat in geval van overlijden nazorg voor de ouders, de betrokken leidster(s) en collega’s heel belangrijk is. Goede communicatie tussen alle betrokkenen staat daarbij voorop. In de eerste plaats hebben de ouders recht op volledig inzicht.

Nazorg is van groot belang. Niet alleen voor ouders, maar ook voor de mensen in de kinderopvang. Aandacht voor alle betrokkenen en openheid over de gang van zaken voorkomen dat het rouwproces extra wordt belast.

De Expertisegroep Wiegendood, van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, kan advies geven en behulpzaam zijn bij de nazorg (tel. 06 – 51 29 37 88).

Uitgave van VeiligheidNL

Op de website https://www.veiligheid.nl/kinderveiligheid/slapen vindt u informatie over veilig slapen, babyproducten en antwoorden op veel gestelde vragen. Voor contact met een deskundige gaat u naar: https://www.veiligheid.nl/organisatie/contact

1 Warenwetbesluit Kinderbedden en boxen en Warenwetregeling nadere eisen kinderbedden en -boxen in de kinderopvang

PROTOCOL: VOEDSEL EN HYGIËNE

 Voedselverzorging algemeen

In onze kinderopvang worden op verzoek complete maaltijden bereid. Wij houden ons aan de Hygiënerichtlijn voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang 2016 van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid.

Deze bestellingen komen op de maandag binnen. Elke groep krijgt de bestellijst en vult deze in. Vervolgens wordt hij ingeleverd bij de balie die de bestellingen plaatsen. Alle producten die vers binnen komen worden datum van houdbaarheid bewaard. Dus de melk wordt altijd achter in de koelkast geplaatst en de oudere voor in zodat deze eerst wordt geconsumeerd. Wanneer producten over datum zijn gaan deze uiteraard uit de voorraad en worden vernietigd.

Voedselopslag

Wij bewaren ons voedsel in de koelkast/ vriezer/ magazijn en in de kastjes op de groepen. Ook hier wordt gekeken naar de houdbaarheidsdatum en of de verpakking nog is zoals die behoord te zijn, anders moet deze worden vernietigd.
De producten in ons magazijn worden opgeruimd door de leidster(s). Zodra we nieuwe voorraad hebben zullen niet alleen de artikelen op houdbaarheidsdatum moeten worden opgeruimd maar moet er ook een scheiding plaatsvinden tussen food en non-food artikelen. Deze artikelen mogen nooit bij elkaar gezet worden.
Producten die we willen invriezen zullen moeten worden opgeborgen in de vriezer. Deze moeten altijd < - 18˚C zijn. Ook wanneer we vers brood of ijslolly’s willen invriezen hebben we deze temperatuur nodig. Bewaar ingevroren producten niet langer dan 3 maanden in de vriezer.
De melkproducten die opgeborgen worden in de koelkast hebben een temperatuur van minimaal 4˚C en maximaal < 7˚C nodig. Ook hier weer First in – First out. De rauwe producten bewaren we onderin de koelkast, zoals vleeswaren, de bereidde producten bovenin.
Zorg dat de verpakkingen goed gesloten zijn. Eten in de koelkast goed afdekken net huishoudfolie. Laat geen eten in conservenblikjes staan.

Zorg dat voor het weekend en voor de feestdagen alle open verpakkingen opgemaakt zijn en de houdbaarheid even extra wordt gecheckt.

De koelkast dient wekelijks te worden schoongemaakt. Let op ons schoonmaakrooster er groep wie wanneer verantwoordelijk is.

Voedselbereiding

Bereiden van warme maaltijden

  • Was je handen
  • Haal producten kort voor bereiding uit de koeling
  • Gebruik schone materialen (pannen, messen, snijplank)
  • Voorkom over een weer besmetting van bacteriën (kruisbesmetting): bijvoorbeeld groente niet snijden op een plank waar daarvoor rauwe kip op heeft gelegen. Gebruik hiervoor aparte snijplanken
  • Producten uit blik: maak eerst het blik schoon, gebruik geen beschadigde of blikken die bol staan. Producten goed verhitten.
  • Groenten: goed wassen en gaar koken
  • Aardappelen, rijst en pasta: eventueel schoonmaken en wassen en daarna gaar koken
  • Vlees, vis en kip: in deze producten zitten van nature veel bacteriën. Leeg vlees, vis en kip altijd op een apart bord of glazen snijplank die direct na gebruik in de afwasmachine wordt gezet. Als je de producten met je handen hebt aangeraakt moet je deze wassen zodra je weer iets anders aanraakt
  • Vlees, vis en kip vervolgens goed verhitten zodat het van binnen goed gaar is
  • Raak bereid voedsel niet meer met de handen aan
  • Proeven van het eten mag alleen met een schone lepel die daarna direct bij de afwas wordt gelegd
  • Eten serveren. Zorgen voor schoon serviesgoed
  • Zorg ervoor dat het eten voldoende warm blijft (minimaal 65 ˚C) voor de kinderen die eventueel een tweede portie willen
  • Na het eten eventueel restjes afdekken en direct in de koelkast plaatsen in kleine porties, zodat het snel terug kan koelen. Restjes dateren en de volgende dag opeten. Anders restjes weggooien.
  • Gebruikte materialen direct na het eten in de afwasmachine zetten
  • Niet schoonmaken in de keuken terwijl je met het eten koken bezig bent.  

Bereiden koude maaltijd

 Broodmaaltijden: 

  • Was de handen. Laat ook de kinderen de handen wassen; Haal de producten zo kort mogelijk van tevoren uit de koeling;
  • Zorg voor schoon serviesgoed;
  • Zet alle producten op tafel. Maak de porties niet te groot;
  • Gebruik voor het pakken van kaas, vlees een schone vork die alleen daarvoor gebruikt wordt.
  • Gebruik zoet beleg een schone lepel, niet met het tafelmes in de pot;
  • Melkproducten niet te lang op tafel laten staan (maximaal een half uur buiten de koeling);
  • Na het eten de restjes direct dateren, afdekken en in de koeling zetten. Restjes de volgende dag opmaken, anders weggooien;
  • Gebruikte materialen direct na het eten in de afwasmachine zetten of afwassen met de hand;
  • Niet schoonmaken in de keuken terwijl je met het eten bereiden bezig bent.

Salades:

  • Was de handen;
  • Snijd de sla en/of andere gebruik ingrediënten en was ze in zo koud mogelijk water;
  • Laat de sla uitlekken of gebruik de slacentrifuge;
  • Maak de salade klaar in een schaal of kleine bakjes;
  • Dek de salade af en zet het zo snel mogelijk weer in de koeling;
  • Salade zo kort mogelijk voor het eten uit de koeling halen;

Flesvoeding 

Algemene uitgangspunten

  • Iedere kind heeft per dag of per voeding een eigen fles en speen;
  • De keuze van de fles en de verzorging ervan zijn belangrijk. De fles moet wijd en glad van binnen zijn. De fles moet goed leesbare maatverdeling hebben. Kook een nieuwe fles voor het eerste gebruik uit. Spenen moet het liefst iedere zes weken vervangen worden;
  • Voedselbereiding moet geschieden van de verschoonplek plaatsvinden;
  • Restjes babyvoeding niet bewaren en weer opwarmen, melkproducten bederven snel.

Flesvoeding klaar maken

  • Was eerst je handen met water en zeep; droog je handen goed;
  • Thuis aangelengde zuigelingenvoeding mag niet worden gebruikt;
  • Zuigelingenvoeding mag wel in poedervorm worden meegenomen. Dit mag in afgepaste containertjes;
  • Voor het bereiden van babyvoeding is gewoon leidingwater (geen warm water uit de geiser of boiler) geschikt, mits dit niet via loden leidingen wordt aangevoerd; om te zorgen dat het kind de juiste hoeveelheid voedingsstoffen krijgt, is het van belang om de verhouding poeder/water aan te houden zoals deze op de verpakking staat aangegeven. De kans op het maken van fouten hierbij is geringer als de voeding voor een hele dag in 1 keer wordt gemaakt;
  • Wanneer de flesvoeding voor de hele dag wordt bereid, is het aan te raden het water hiervoor te koken. Tijdens het bewaren kan in de voeding groei van micro organismen optreden. De kans hierop is kleiner wanneer wordt uitgegaan van water dat vooraf 3 minuten is gekookt.

Bewaren van flesvoeding

  • De beste temperatuur voor het bewaren van vooraf bereide babyvoeding is 4˚C. Het is af te raden om bereide babyvoeding langer bij kamertemperatuur te bewaren dan nodig is om het kind te voeden;
  • Plaats het in de koelkast niet in de groentelade of deurvak in verband met een afwijkende temperatuur aldaar.

Flesvoeding verwarmen

  • De ideale temperatuur voor flesvoeding is 37˚C;
  • Dit kan bereikt worden op de volgende wijze:
  • Het flesje een paar minuten in een pannetje heet water zetten;
  • Met gebruik van een flessenwarmer. In de flessenwarmer mag geen water blijven staan vanwege groei van micro-organismen;
  • In de magnetron. Zet de fles hieronder dop of speen en verwarm de inhoud op de hoogste stand. Reken bij een vermogen van 700 watt op 30 seconden per 100 ml. De inhoud mag niet koken. In de magnetron vindt gelijkmatige warmte plaats. Hierdoor kunnen zogeheten “hotspots”ontstaan. Het is daarom belangrijk en noodzakelijk dat het opgewarmde flesje goed geschud wordt;
  • Controleer de temperatuur van de voeding door een beetje voeding op de binnenkant van de pols te druppelen. De flesvoeding dient net zo warm te zijn als de huid.

Na afloop van de voeding:

  • Als de baby voldoende heeft gedronken moet de fles direct omgespoeld worden met koud stomend water. Dit om indrogen en vastkoeken te voorkomen. Gebruik een flessenwisser als zichtbaar vuil achter blijft.
  • De fles (met speen) wordt weggezet in de koelkast (mag liggend/staand, bacteriën hebben dan geen goede temperatuur om uit te groeien).

Voorafgaand aan de volgende voeding: spoel de fles om met warm water.

Flessen uitkoken: 

  • Aangezien door afwassen (ook machinaal in de vaatwasser, vanwege de nauwe halsopening) de fles onvoldoende gereinigd kan worden, moet deze elke dag worden uit gekookt. Zo wordt ook zichtbare restjes verwijderd.

Dit kan gebeuren in: Specifieke uitkokers; Een pand kokend water, de flessen moet 3 minuten uitgekookt worden. Uitkoken in de magnetron wordt afgeraden omdat de hitte niet alle plekken in de fles bereikt en de fles niet voldoende schoon wordt. Niet alle bacteriën worden op deze wijze gedood. Als men toch de flessen in de magnetron wil uitkoken moet dat direct na de voeding gebeuren. De flessen rechtopstaand in de magnetron plaatsten ¾ vullen met water en een paar minuten laten koken.

Uitkoken is niet leeftijdgebonden.

Spenen:

  • Spenen moeten liefst iedere 6 weken vervangen worden;
  • Na iedere voeding moet de speen onder de kraan schoon gemaakt worden en droog bewaard worden. Dit kan bijvoorbeeld in een afgesloten bakje in de koelkast of omgekeerd in de afgesloten zuigfles;
  • Eenmaal per dag moeten de spenen 3 minuten uitgekookt worden in een pan water;
  • Dit kan ook in de magnetron, in een kommetje met water. 

Moedermelk 

Bewaren van moedermelk

  • Afgekolfde moedermelk moet gekoeld bij maximaal 4˚C bewaard worden en op de dag van aanleveren opgemaakt worden;
  • Als gekolfde moedermelk niet aansluitend in het kindercentrum gebracht wordt, moet dit gekoeld bewaard worden.
  • Afgekolfde moedermelk moet tijdens het vervoer naar het kindercentrum gekoeld gehouden worden en bij aankomst direct in de koelkast geplaatst te worden.
  • Bevroren moedermelk kan het best langzaam ontdooid worden in de koelkast of onder lauw stromend water. Zet de kraan niet te heet (ongeveer 20˚C), omdat dan antistoffen verloren kunnen gaan. Eenmaal ontdooide moedermelk moet binnen 24 uur gebruikt worden. Het kan niet opnieuw ingevroren worden. 

Moedermelk verwarmen 

Moedermelk mag in de magnetron worden opgewarmd. Echter hanteert Nuna kinderopvang de oude werkwijze; moedermelk wordt niet in de magnetron opgewarmd. De afgekolfde moedermelk wordt in een flessenwarmer verwarmd. Hierdoor blijven de afweerstoffen het best bewaard. 

Klaarmaken van fruithapjes 

Fruithapjes mogen indien gewenst een maal per dag worden gemaakt.

  • Zorg dat het werkoppervlak, waarop de voeding klaargemaakt wordt, schoon is;
  • Was eerst je handen met water en zeep; droog je handen goed;
  • Schoongemaakt, eventueel gesneden of geprakt fruit goed afdekken of het in een goed sluitend koelkastdoos niet langer dan 1 dag bewaren;

Klaargemaakt fruit kan gaan verkleuren. Dit kan geen kwaad en kan worden voorkomen door het fruit te vermengen met een beetje citroesap.  

Meenemen voedsel van thuis

  • Eten en drinken dat koel bewaard moet worden (bijvoorbeeld melk, melkproducten, brood met kaas en/of vleeswaren) direct na ontvangst in de koelkast plaatsen. Indien er geen koelkast in de verblijfsruimte elders in het gebouw. Als er geen koelkast aanwezig is dan geen bederfelijke producten mee laten nemen van thuis;
  • Was voordat je het eten uitdeelt eerst de handen;
  • Laat de kinderen de handen wassen;
  • Haal het eten en drinken zo kort mogelijk voor het eten uit de koelkast;
  • Ruim na het eten op, bewaar geen restjes.

Voor wat betreft de aansprakelijkheid bij het zelf meenemen van eten en drinken geldt het volgende;

  • Ouders kunnen één reserve borstvoeding in de vriezer van het KDV bewaren. Ouders vermelden de uiterste houdbaarheidsdatum op de voeding. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor het in de gaten houden van de uiterste houdbaarheidsdatum. Bij een temperatuur van -18 ºC of  lager kan ingevroren moedermelk drie tot zes maanden worden bewaard. 

Opruimen en afwassen

  • Ruim na het eten de tafel op;
  • Eten en drinken wat koel bewaard moet blijven in de koelkast zetten;
  • Etensrestjes van de borden verwijderen, eventueel voorspoelen op de hand met handwarm water;
  • Afwas met de hand: afwassen in een heet sopje met een schone afwasborstel (geen spons), afdrogen met een schone theedoek (dagelijks in de was), schone vaat opruimen en de afwasborstel schoonmaken en goed laten drogen;
  • Machinale afwas: afwasmachine vullen (niet te vol zetten en zo indelen dat er nergens wat in kan blijven staan), afwasmachine instellen op 65˚C, na afloop de schone vaat uit laten dampen en opruimen. Afwasmachine na gebruik schoonmaken (eventueel etensresten uit het rooster verwijderen). 

Schoonmaak

  • Niet schoonmaken tijdens het eten koken;
  • Maak de keuken altijd schoon als er eten en/of drinken is klaargemaakt;
  • Dagelijks afvalbakken legen en wekelijks nat schoonmaken;
  • Maak de keuken schoon volgens het schoonmaakschema (zie schema Filemaker); 

Persoonlijke hygiëne

De overdracht van micro-organisme is niet alleen te voorkomen door het opstellen van een schoonmaakschema. De persoonlijke hygiëne en vooral het handen wassen speelt een belangrijke rol. Veel besmettingen worden via de handen overgedragen. Een goede handhygiëne voor de leiding, maar ook voor de kinderen is dan ook een van de meest effectieve manier om besmetting te voorkomen.

De handen worden gewassen voor:

  • Het beginnen van de werkzaamheden;
  • Het aanraken en bereiden van voedsel;
  • Het eten of het helpen bij eten. 

De handen worden gewassen na:

  • Iedere zichtbare verontreiniging van de handen;
  • Hoesten, niezen en snuiten;
  • Spelen in de zandbak;
  • Het verschonen van de kinderen;
  • Het dragen van handschoenen;
  • Schoonmaakwerkzaamheden
  • Contact met lichaamsvocht zoals, traanvocht, speeksel, snot, braaksel, urine, ontlasting of bloed;
  • Toiletgebruik 

Handschoenen

Wegwerphandschoenen worden altijd gedragen wanneer er kans bestaat op contact met bloed of eventueel besmet lichaamsvocht. De wegwerphandschoenen hoeven niet steriel te zijn. 

Wondjes

Wondjes op handen worden voorzien van een waterafstotend pleister 

Nagels

De nagels zijn kortgeknipt en schoon. Er worden geen kunstnagels gedragen. 

Haar

De haren zijn schoon. Lang haar wordt bij voorkeur in een staart of opgestoken gedragen. 

Kleding

Kleding moet schoon zijn. 

Toilethygiëne peuters

De kinderen worden begeleid in het naar de wc gaan totdat zij alle handelingen zelf kunnen uitvoeren. Er zijn peutertoiletten aanwezig voorzien van een wc-bril. De volgende handelingen zijn belangrijk;

  • Leer de kinderen plaats te nemen zonder de handen op de pot te zetten;
  • Sluit de deksel bij het doorspoelen.
  • De handen worden na het toiletgebruik gewassen met water en zeep. 

Hygiëne omtrent verschonen

  • Het verschonen gebeurt strikt gescheiden van de voedselbereiding;
  • Het verschonen gebeurt op een kleedtafel;
  • Bij de aankleedtafel is stromend water;
  • Na het verschonen worden de handen gewassen met vloeibare zeep;
  • Het aankleedkussen wordt na iedere beurt met water en alcohol gereinigd. Dit gebeurt niet met billendoekjes.
  • Katoenen handdoeken worden iedere dag schoon neergelegd;
  • De luiers gaan in een luieremmer. De emmer wordt dagelijks geleegd. 

Hygiëne leefomgeving

Hygiëne zandbakken

  • De zandbakken worden 1 x per jaar verschoond en voorzien van nieuwe zand;
  • Geen eten en drinken in de zandbak;
  • Na het spelen in de zandbak worden de handen gewassen. 

Legionella

De veteranenziekte wordt veroorzaakt door de legionellabacterie, die longontsteking tot gevolgen kan hebben. De infectie wordt overgebracht door het inademen van de bacteriën in zeer kleine druppels water, verspreid door in de lucht (nevel) de ziekte kan niet van de ene mens op de andere worden overgedragen en is niet besmettelijk. Het drinken vormt geen risico. De gemeente Eindhoven is verantwoordelijk voor de inspectie en/of signalen. 

Ventileren

De groepen worden dagelijks geventileerd door de ramen open te zetten. 

Schoonmaaklijsten

De schoonmaaklijsten zitten in rode mappen in alle groepen. 

PROTOCOL: (ECHT)SCHEIDING

Voorwoord

Het doel van dit protocol is een handreiking te geven hoe te handelen in een situatie waarin de ouders van het kind de intentie hebben te gaan scheiden of gescheiden zijn. Het protocol moet bijdragen aan duidelijke afspraken tussen opvang (dagopvang en BSO) en gezin, rekening houdend met het wettelijk recht op omgang en informatie.

Inhoud

1. Inleiding en wettelijk recht op informatie
2. Procedure in geval van (voorgenomen) scheiding

Bijlage 1: Informatiebrief aan de ouders en verzorgers ingeval van (voorgenomen scheiding)
Bijlage 2: Brief aan de niet-gezagdragende ouder
Bijlage 3: Brief aan de verzorgende/gezagdragende ouder

Inleiding en wettelijk recht op informatie

Nuna kinderopvang heeft als kinderopvangorganisatie een verplichting om aan ouders informatie te verschaffen over het kind. Gewoonlijk krijgen beide ouders die informatie. Na een echtscheiding is de situatie lastiger. Ook dan hebben beide ouders een recht op informatie. Soms komen ouders er samen niet uit, waardoor zij afzonderlijk bij de opvang informatie over het kind gaan vragen.

Echtscheiding:

In dit protocol hebben we het over een echtscheiding als twee mensen die voorheen een duurzame emotionele relatie hadden, deze verbreken. Het maakt in dit kader geen verschil of het gaat om gehuwden, mensen met een geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract. Ook is het niet van belang of het gaat om man-vrouw relaties of man-man/vrouw-vrouw relaties.

Ouderlijk gezag:

In Nederland staan alle minderjarigen (kinderen onder de 18 jaar) onder gezag. Meestal hebben de ouders samen het gezag: ouderlijk gezag. Het gezag kan ook worden uitgeoefend door een ouder en een niet-ouder samen (bijvoorbeeld de partner van vader of moeder). Dit wordt gezamenlijk gezag genoemd. Als ouders scheiden behouden zij in principe beiden het gezag over het kind. Als een ander dan de ouder(s) het gezag uitoefent, wordt dit voogdij genoemd.

Omgangsregeling:

Iedereen heeft recht op omgang met zijn/haar kinderen na de echtscheiding, ook als de ouder geen gezag uitoefent. Dit wordt geregeld in een omgangsregeling. In een omgangsregeling wordt bepaald wanneer en hoe vaak het kind/de kinderen de andere ouder ontmoeten. Een omgangsregeling kan door een rechter vastgesteld worden. Naast de ouders kunnen ook mensen die een goede band hebben om een omgangsregeling vragen. Bijvoorbeeld pleeg- en grootouders, broers en zussen. De ouder die het gezag heeft informeert de opvang over de (officiële) omgangsregeling en eventuele afwijkingen van de normale regeling, zodat goede afspraken gemaakt kunnen worden over brengen/halen van het kind/de kinderen.
Mensen die een omgangsregeling hebben, hebben niet altijd recht op informatie.

Wettelijk recht op informatie:

In de wet is opgenomen dat ook de ouder die niet met het gezag over het kind belast is, bijvoorbeeld na een echtscheiding, recht heeft op informatie. Uitgangspunt voor het recht op informatie is dat ook de niet met het gezag belaste ouder betrokken wil blijven bij het wel en wee van zijn/haar kind. Dit op de hoogte blijven wordt door de wet in beginsel als positief beschouwd. Om die reden heeft Nuna Kinderopvang ook de verplichting om bepaalde informatie te verschaffen aan de ouder die niet met het gezag belast is.
Dit protocol geeft duidelijkheid over het beleid van Nuna Kinderopvang en geeft regels en richtlijnen in het kader van informatieverstrekking aan gescheiden ouders.

 

De procedure in geval van (voorgenomen) scheiding

In onderstaand overzicht wordt in stappen weergegeven hoe te handelen in geval van een scheiding van de ouders van een kind. 

Het is de verantwoordelijkheid van de ouders om de opvang in te lichten over de scheiding of voorgenomen scheiding.

 

Als de scheiding een feit is, zijn de volgende zaken van belang: 

  • Na een echtscheiding wordt vaak het ouderlijk gezag gedeeld. Er wordt met de ouders besproken wie de eerst aanspreekbare persoon is (meestal degene waar het kind grotendeels gaat wonen). 
  • Indien beide ouders het ouderlijk gezag delen, dan zijn de rechten en verplichtingen van ouders ten opzichte van hun kinderen gelijk en kan een ouder aan deze gezagssituatie geen individuele rechten ontlenen. Dat betekent dat beide ouders recht hebben op dezelfde informatie. Als een ouder verzoekt om de andere ouder op de informatielijst te zetten, wordt daar altijd mee ingestemd. Beide ouders worden voor festiviteiten, oudergesprekken uitgenodigd. Ouders maken onderling uit of ze samen of apart wensen te komen en geven dit door aan de opvang.
  • Er wordt met de ouders formele afspraken gemaakt over het brengen en ophalen van het kind. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders om de opvang te informeren als er wijzigingen plaats vinden. 
  • De ouder op wiens adres een kind is ingeschreven, wordt verantwoordelijk gehouden voor het betalen van de kinderopvangkosten. Indien ouders een andere afspraak wensen, dan dienen zij contact op te nemen met de financiële administratie van Nuna Kinderopvang.
  • Indien er bij de scheiding een ouderschapsplan is opgesteld, is daarin een paragraaf opgenomen over welke informatie ouders elkaar moeten verschaffen. Ouders moeten dus in eerste instantie elkaar informeren en het niet via de opvang spelen. 
  • Het kan ook zo zijn dat één ouder met het gezag is belast (= gezagdragende ouder) en de andere ouder niet. Het is de taak van de gezagdragende ouder om de niet-gezagdragende ouder informatie te verschaffen over het kind. 
  • De opvang kiest geen partij bij conflicten en houdt zich altijd aan uitspraken van de rechter. Niet alleen bij de informatievoorziening maar ook indien een ouder aangeeft dat een kind niet opgehaald mag worden door de andere ouder. Zolang dit niet in een uitspraak van de rechter is vastgelegd, mag de opvang het ophalen van het kind niet weigeren.

In een conflictsituatie en bij calamiteiten geldt het volgende: 

Indien een niet-gezagdragende ouder of zijn/haar advocaat bij een medewerker/leidinggevende van een locatie een verzoek indient om geïnformeerd te worden: 

  • Informeert de medewerker de locatiemanager hierover. 
  • Verwijst de locatiemanager in eerste instantie naar de gezagdragende ouder door middel van de brief: ‘informatie niet-gezagdragende ouder’ zie bijlage 2. De niet-gezagdragende ouder kan dit informatierecht bij de gezagdragende ouder via de rechter afdwingen.
  • Indien een niet gezagdragende ouder onrechtmatig het kind komt opeisen/ ophalen tegen afspraken in, zijn de pedagogisch medewerkers geinstrueerd als volgt te handelen:
    • Scherm het kind af, breng het kind het liefst naar een ruimte waar het geen contact met de desbetreffende ouder kan hebben.
    • Weiger de betreffende ouder toegang tot het pand en wijs de ouder op de gemaakte afspraken of het rechterlijk vonnis.
    • Vertrekt de ouder in kwestie niet, dan informeren we de politie: als er sprake is van een dreigende situatie bellen we 112.
    • Het management wordt geïnformeerd en indien nodig gevraagd om te komen ondersteunen.
    • De andere ouder wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd.

 

Als er geen overleg tussen de ouders onderling mogelijk is:

heeft de niet-gezagdragende ouder er recht op om van de opvang rechtstreeks bepaalde informatie over het kind te krijgen. Dit is in de wet bepaald. Nuna Kinderopvang  moet zich houden aan de informatieplicht, ook al heeft de ouder met gezag goede argumenten om dit niet te willen. Er zijn wel enkele beperkingen: 

  • De niet-gezagdragende ouder moet specifiek om informatie vragen via een schriftelijk verzoek. 
  • De informatie betreft belangrijke feiten en omstandigheden over het kind zelf of zijn verzorging en opvoeding. Daarbij moet het gaan om informatie die een wezenlijk inzicht biedt in het welzijn, de gezondheid of ontwikkelingen van het kind. 
  • De ouder heeft geen recht op persoonlijke observaties van medewerkers en overige niet-formele informatie. 
  • De niet-gezagdragende ouder heeft geen recht op informatie die niet schriftelijk wordt vastgelegd. - De informatie wordt gelijktijdig aan de beide ouders verstrekt. En de gezagdragende ouder wordt hierover geïnformeerd. Zie bijlage 3. 
  • De informatie kan alleen geweigerd worden als de opvang op de hoogte is dat de informatie wordt gebruikt op een manier die voor het welzijn van het kind onwenselijk of nadelig is.

 

Informatie die op verzoek verschaft kan worden:

  • Ondertekend intakebeleid, waarin afspraken gemaakt worden over slapen, eten en andere informatie over het kind. 
  • Plaatsingsovereenkomsten. 
  • Medicijnformulier. 
  • VVE verslaglegging. 
  • Observatieformulieren voor 10 minuten gesprek. 
  • Verslag 10 minuten gesprek. 
  • Overdracht volgende opvanggroep. 
  • Formulier welbevinden. 
  • Overdrachtformulier school. 

 

 voor wie  alle informatie  beperkte informatie

ouders die met elkaar zijn getrouwd

 x  

ouders die zijn gescheiden

 x

NB. geen informatie geven die mogelijk

gebruikt kan worden om voordeel ten koste

van de andere ouder te behalen

 

Ouders met geregistreerd partnerschap

 x  

Ouders die niet met elkaar zijn getrouwd,

maar via goedkeuring van de rechtbank

het gezamenlijk gezag uitoefenen

 x  

Ouder die niet met het gezag is belast

   x arikel 1:377c BW

In geval van samenwonen: Vader heeft

kind erkend en is ingeschreven in 

gezagsregister. Voor Vader en moeder geldt:

 x  

In geval van samenwonen: Vader heeft

kind erkend, is niet ingeschreven in 

gezagsregister. Voor Vader geldt:

   x arikel 1:377c BW

Ouders hebben samengewoond, nu uit

elkaar. Kind is erkend en ingeschreven in 

gezagsregister. Voor beide ouders geldt:

 x

NB. geen informatie geven die mogelijk

gebruikt kan worden om voordeel ten koste

van de andere ouder te behalen

 

Ouders hebben samengewoond, nu uit

elkaar. Kind is erkend naar niet ingeschreven

in gezagsregister. Voor vader geldt:

    x arikel 1:377c BW

Ouders beide uit ouderlijke macht gezet,

kind is onder voogdij geplaatst. Voor 

ouders geldt:

    x arikel 1:377c BW

Voogd:

 x  

Biologische vader, die zijn kind niet heeft erkend

- -

Grootouders, met of zonder omgangsrecht

- -

 

 

Bijlage 1: Informatiebrief aan de ouders en verzorgers ingeval van (voorgenomen) scheiding


Datum:
Betreft: Beleid Nuna Kinderopvang informatieplicht gescheiden ouders

 

Geachte Ouders / verzorgers,

Iedere ouder heeft in principe recht op informatie van de opvang* over zijn of haar kind. Dat is ook het uitgangspunt bij Nuna Kinderopvang . Er zijn echter wel verschillen. De ene ouder heeft recht op meer informatie dan de andere. Een enkeling heeft zelfs helemaal geen recht op informatie. Dat heeft te maken met de wettelijke hoedanigheid waarin de ouders verkeren.
Door middel van deze brief geven wij u een samenvatting van het beleid dat Nuna Kinderopvang hanteert indien er sprake is van een (voorgenomen) echtscheiding. Uitgebreidere informatie vindt u in het protocol ‘Kind en Echtscheiding’ welke te vinden is op de site van Nuna Kinderopvang: www.nuna-kinderopvang.nl

Ouders die met elkaar getrouwd zijn of samenwonen en die het gezag over hun kinderen hebben, krijgen steeds gezamenlijk alle informatie over hun kind.

Voor ouders die gescheiden zijn, die niet meer bij elkaar wonen en die wel het gezag hebben, ligt het niet anders. Zij hebben allebei recht op alle informatie over hun kind.

Ouders die geen gezag (meer) hebben over het kind, hebben ook recht op informatie over hun kind. De ouder zal daar echter wel zelf om moeten vragen. Nuna Kinderopvang hoeft uit zichzelf geen informatie te geven aan deze ouders. Ouders die geen gezag meer hebben (= niet gezagdragende ouders) hebben een beperkt recht op informatie over hun kind. De informatie betreft belangrijke feiten en omstandigheden over het kind zelf of zijn verzorging en opvoeding. Daarbij moet het gaan om informatie die een wezenlijk inzicht biedt in het welzijn, de gezondheid of ontwikkelingen van het kind. En als het belang van het kind zich tegen informatieverstrekking verzet, dan hebben de ouders ook geen recht op informatie. Dit kan het geval zijn indien een rechter heeft geoordeeld dat het geven van informatie aan een ouder het kind zal schaden.

Nuna Kinderopvang gaat er vanuit dat de gezagdragende ouder de informatie over het kind verstrekt aan de niet-gezagdragende ouder (wettelijke verplichting). Indien geen overeenstemming hierover is bij beide ouders, verstrekt Nuna Kinderopvang, na een schriftelijk verzoek van de niet-gezagdragende ouder, de informatie gelijktijdig aan zowel de gezagdragende als de niet gezagdragende ouder.

Wij hopen u hiermee duidelijkheid te hebben gegeven over hoe wij bij Nuna Kinderopvang omgaan met informatie aan de ouders in geval van (voorgenomen) scheiding.

Met vriendelijke groet,
Nuna Kinderopvang

 

Bijlage 2: Brief aan de niet-gezagdragende ouder

Naam
Adres
Pc en woonplaats
Eindhoven, d.d.
Uw ref. :
Betreft: uw verzoek om informatie/

 

Geachte dhr./mw. (ouder),

U hebt ons om informatie verzocht met betrekking tot:……………………..(naam kind).
Deze informatie hebben wij verschaft aan:………………(naam gezagdragende ouder).
Deze is wettelijk verplicht om u te informeren.
Ik verzoek u om de door u gewenste informatie bij dhr./mw. (gezagdragende ouder) op te vragen.

Dit alles volgens het beleid van Nuna Kinderopvang, beschreven in het protocol ‘kind en echtscheiding’.

 

Met vriendelijke groet,
Nuna Kinderopvang

 

Bijlage 3: Brief aan de verzorgende/ gezagdragende ouder

Naam
Adres
Pc en woonplaats
Eindhoven, d.d.
Uw ref. :
Betreft: verzoek om informatie/

 

Geachte heer/mevrouw ……. (ouder),

De heer/mevrouw (andere ouder) heeft ons om informatie verzocht over:……………………..(naam kind) waarvan u beiden de ouders bent.

Wij zijn verplicht om informatie over het kind aan beide ouders te verschaffen. Om die reden hebben wij aan de heer/mevrouw (andere ouder) onderstaande informatie toegestuurd. Deze informatie hebt u zelf eerder al ontvangen.

Betreft informatie over:……..

Dit alles volgens het beleid van Nuna Kinderopvang, beschreven in het protocol ‘kind en echtscheiding’.

Met vriendelijke groet,
Nuna Kinderopvang

 

Aanmelden

Wilt u meer informatie over onze mogelijkheden, vul dan het aanmeldformulier in. 

Aanmeldformulier

Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account