PROTOCOL: HOOFDLUIS

Het probleem hoofdluis?

Hoofdluis is een regelmatig terugkerend probleem en komt vooral voor bij jonge kinderen. Op plaatsen waar veel mensen bij elkaar komen kan deze besmetting gemakkelijk van de ene naar de andere worden overgebracht. Het kinderdagcentrum is ongewild zo’n plaats.

Noodzakelijk in het bestrijden van hoofdluis is de samenwerking met de ouder(s) / verzorger(s) en het kindercentrum. Ouder(s) / verzorger(s) hebben de verantwoordelijkheid voor hun kind(eren) en Nuna Kinderopvang heeft de verantwoordelijkheid voor een gezond en veilig leefklimaat op de groepen.

Hoe zie je of herken je hoofdluis?

Hoofdluizen zijn kleine, grauwe beestjes van twee à drie millimeter lengt. Luizen zitten het liefst dicht op de hoofdhuis, waaruit ze het bloed zuigen waar ze van leven. Voorkeursplaatsen zijn achter de oren en in de nek. De eitjes (neten) hebben een witgele kleur, lijken op roos maar zitten vastgekleefd aan het haar. De neten komen binnen tien dagen uit. De jonge luizen zijn na zeven tot tien dagen volwassenen en leggen dan ook weer eitjes.

Verschijnselen bij hoofdluis zijn:

Jeuk, vooral achter de oren en in de nek
Bij nauwgezette controle zijn de luizen en/of neten te zien

Hoe krijg je ze?

Luizen springen niet, het zijn ‘overlopers’. Besmetting kan heel gemakkelijk plaatsvinden:
Via kinderen die met hun hoofd dicht bij elkaar zitten
Via het gebruik van dezelfde kam
Via mutsen en jaskragen, bijvoorbeeld bij volle kapstokken en bij verkleedpartijtjes
In bed via het hoofdkussen en beddengoed

Wat kun/moet je als pedagogisch medewerker doen?

Vraag ouder(s) / verzorger(s) om het te melden als er bij hun kind hoofdluis is geconstateerd
Wanneer er bij een kind hoofdluis wordt ontdekt wordt er altijd door een andere collega gecontroleerd. Alle groepen worden ingelicht en er wordt op de deur een plaat gehangen met de tekst : ‘er heerst hoofdluis’
Op het informatiebord in de centrale hal komt informatie te hangen voor de ouder(s) / verzorger(s)
Zeker twee weken lang, na het laatste geval/ontdekking van hoofdluis, dienen alle kinderen bij binnenkomst (voordat ouders weg zijn) gecontroleerd te worden op hoofdluis. Als een kindje hoofdluis blijkt te hebben moeten de ouder(s) / verzorger(s) het kind direct weer meenemen

Maatregelen in omgeving niet meer nodig

In oktober 2011 zijn de richtlijnen aangepast. In de nieuwe richtlijn wordt de nadruk gelegd op het kammen, eventueel in combinatie met een behandeling van het haar met een anti-hoofdluis-middel. Maatregelen zoals het wassen van beddengoed, knuffels, jassen en het stofzuigen van de auto zijn niet meer nodig. Dat scheelt heel veel tijd, geld en stress bij ouders van kinderen met hoofdluis!
Er is onvoldoende bewijs voor het effect van dergelijke omgevingsmaatregelen.

Luizen worden hoofdzakelijk via haarcontact overgebracht, er zijn weinig aanwijzingen voor verspreiding via de omgeving. Ook het effect van de luizencape op de verspreiding van hoofdluis is niet wetenschappelijk aangetoond. Dit is de reden waarom zij deze luizencapes niet aanraden. Met deze aanpassing sluit het Nederlandse advies aan op de internationale bestrijdingsadviezen. De LCI-richtlijn is ook aangepast.

Nieuwe anti-hoofdluis-middelen

Sinds enige tijd zijn er in Nederland nieuwe anti-hoofdluis-middelen beschikbaar met als werkzaam bestanddeel dimeticon (een silicoonachtige stof). Demticon heeft een fysische werking: bij een behandeling kapselt het polymeer de luis hermetisch in, waardoor deze door een tekort aan zuurstof sterft. De werkzaamheid is in diverse klinische studies meermalen bewezen. Deze behandeling leidt niet tot een resitentie-ontwikkeling.

Als aanvulling hierop een folder ontwikkelen die ouders/verzorgers kunnen meekrijgen met info over behandeling en producten. Ook bordjes maken om iedereen erop te attenderen dat er hoofdluis is geconstateerd. Op internet zoeken of dit de juiste methode en protocol is. Deze versie is het laatst herzien in oktober 2011. Daarvoor waren er veel omgevingsmaatregelen verplicht.

PROTOCOL: VIEROGENBELEID

1. Doel

Het vierogenprincipe waarborgt dat een pedagogisch medewerker tijdens de opvang van kinderen altijd gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene. Dit draagt bij aan de veiligheid van kinderen en voorkomt situaties waarin een medewerker langdurig alleen en onzichtbaar met een kind is.

2. Wettelijk kader

Het vierogenprincipe is opgenomen in de Wet kinderopvang en geldt voor de dagopvang (0–4 jaar).

Nuna Kinderopvang geeft hieraan invulling op pedagogisch verantwoorde en organisatorisch haalbare wijze.

3. Uitgangspunten

  • De veiligheid van kinderen staat altijd voorop.
  • Er is geen voorspelbare situatie waarin een medewerker langdurig alleen is zonder zicht- of hoorbaarheid.
  • De beroepskracht-kindratio (BKR) wordt nageleefd.
  • Het vaste-gezichtencriterium wordt gerespecteerd.
  • De oudercommissie wordt jaarlijks geïnformeerd.

4. Bouwkundige maatregelen

  • Groepsruimtes en slaapkamers zijn voorzien van ramen.
  • Deuren bevatten zijlichten met transparant glas.
  • Glaspartijen worden niet afgeplakt.
  • In slaapkamers en de aangrenzende hal is cameratoezicht aanwezig.
  • In slaapkamers wordt gebruikgemaakt van een babyfoon.

Cameratoezicht is uitsluitend bedoeld ter ondersteuning van veiligheid en het vierogenprincipe en wordt verwerkt conform de AVG. Nadere uitwerking is vastgelegd in het protocol Cameratoezicht en Privacy.

5. Organisatorische maatregelen

  • Tijdens opvanguren zijn minimaal twee volwassenen in het pand aanwezig.
  • Leidinggevende of andere functionarissen lopen regelmatig onaangekondigd binnen.
  • Stagiaires van 18 jaar en ouder worden boventallig ingezet en fungeren als extra ogen.
  • Groepen worden – indien passend – samengevoegd om alleenstaan te voorkomen.
  • Slaapkamerdeuren blijven open of hoorbaar via babyfoon.

6. Buitenschoolse opvang (BSO)

Hoewel het vierogenprincipe wettelijk niet verplicht is voor de BSO, past Nuna Kinderopvang dezelfde veiligheidsuitgangspunten toe.

Waar mogelijk wordt gewerkt met minimaal twee pedagogisch medewerkers per locatie. Tijdens vakanties worden groepen samengevoegd om toezicht te waarborgen.

7. Borging

  • Het vierogenbeleid wordt jaarlijks geëvalueerd.
  • Nieuwe medewerkers worden geïnformeerd over dit protocol.
  • Overtredingen of zorgen worden gemeld bij de leidinggevende.
  • Het protocol is digitaal beschikbaar voor ouders en medewerkers.

PROTOCOL: ALGEMEEN STAGEBELEID

Inleiding

Het stagebeleid van Nuna Kinderopvang is bestemd voor alle stagiaires en pedagogisch medewerkers in opleiding die binnen onze organisatie een stage- of werkervaringsplaats hebben. In dit beleidsplan staat beschreven wat wij van stagiaires en pedagosich medewerkers in opleiding verwachten en wat zij van ons kunnen verwachten. Met stagiaires worden leerlingen die de beroepsopleiding (B.O.L) bedoeld en met pedagogisch medewerker in opleiding: leerlingen die beroepsbegeleide leerweg (B.B.L.) volgen.

Met dit beleidsplan willen wij duidelijkheid verschaffen aan de stagiaires en pedagogisch medewerkers in opleiding en daarnaast dient dit beleidsplan ook voor de organisatie als leidraad om op een eenduidige manier om te gaan met stagiaires en leidsters in opleiding.

Er wordt in dit stagebeleid gesproken over stagiaires en stageplaatsen, ook daar waar het pedagogisch medewerkers in opleiding, praktijkopleidingsplaatsen en werkervaringsplaatsen betreft.

Beleid

Doelstelling van de stages bij Nuna Kinderopvang

Een goede stageperiode, opleiding in praktijk, draagt bij tot kwaliteit van toekomstige medewerkers in de kinderopvang. Wij zijn een officieel OVDB erkende opleidingsinstelling en wij bieden stageplaatsen aan, aan leerlingen van opleidingen die aansluiten op ons werkveld.

De stageplaats

Een stageplaats is een plaats voor een stagiaire om zich te oriënteren op de kinderopvang, om een diploma te behalen en werkervaring op te doen voor de kinderopvang en om kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.

Redenen waarom wij met stageplaatsen werken:

  • Door middel van het aanbieden van een stageplaats kunnen mensen in opleiding, praktijkervaring opdoen zodat zij uit kunnen groeien tot een volwaardige beroepskracht.
  • Hierdoor zorg je ervoor dat je als organisatie een achterwacht aan beroepskrachten hebt waaruit je in de toekomst kunt putten.
  • Het werken met stagiaires zorgt ervoor dat de beroepskrachten zich bewust zijn en blijven van hun manier van werken. Tevens krijg je een nieuwe inbreng van ideeën en werkvormen.
  • Het werken met stagiaires biedt de mogelijkheid om theorie en praktijk op elkaar af te stemmen.
  • Nuna kinderopvang blijft up to date met nieuwe ontwikkelingen en aanpassingen binnen sector 

Uitgangspunten
Voor onze uitgangspunten komen de kindgerichte opleidingen voor leerlingen met een beroepsbegeleidende leerweg en de beroepsopleidende leerweg in aanmerking.
Er wordt per jaar bekeken hoeveel stagiaires en van welke opleiding er kunnen worden geplaatst. Er wordt dan gekeken naar de groepen, het totaal aantal stagiaires, stageduur, begeleiding en coördinatie. 

Aantal stagiaires en stageduur
Het is van belang dat er continuïteit is op de groepen. Per groep worden er maximaal 2 stageplaatsen ingevuld. Dit om de kinderen de gelegenheid te geven een vertrouwensband op te bouwen met de stagiaires.

Dit is ook de reden dat er in principe alleen stagiaires voor langere periodes worden aangenomen.

Soms zijn er stagiaires voor een snuffelstage, zij zijn er dan voor een of twee weken. 

De begeleiding

Nuna Kinderopvang werkt met werkbegeleiders en een eindverantwoordelijke (coördinator).

Werkbegeleiders: Dit is een vast persoon in de groep die de directe begeleiding geeft. Deze persoon geeft informatie over het werken op de groep en begeleidt de stagiaire bij de dagelijkse werkzaamheden zoals: de verzorging van de kinderen, begeleiding van de kinderen, houding, huishoudelijke taken e.d.

De stagiaire wordt met de opdrachten die ze moet maken begeleidt. De werkbegeleider heeft oog en aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling van de stagiaire. Werkbegeleidster beoordeeld / begeleidt de stagiaires (b.o.l.)

De eindverantwoordelijke: (coördinator)

De coördinator kijkt vooral naar de ontwikkeling van de stagiaire m.b.t. beroepshouding, inzet, tonen van initiatief, zelfstandig werken, motivatie, omgang met doelgroep enz. De coördinator beoordeeld / begeleidt de stagiaires (B.B.L) 

  • De coördinator moet op de hoogte zijn van het stagebeleidsplan en weet welke eisen de opleiding stelt aan de stage.
  • De coördinator moet ervaring hebben in het werkveld.
  • De coördinator bewaakt het leerplan. Samen met de stagiaire en de Werkbegeleidster zorgt ze ervoor dat het stagetakenpakket binnen de beschikbare stage-uren gerealiseerd kan worden.
  • De coördinator voert de eindgesprekken samen met de werkbegeleidster voor de BOL stagiaires en alleen voor de BBL stagiaires.

Tussen de werkbegeleiders en de stagiaires vindt iedere week een gesprekje plaats over de dagelijkse gang van zaken en twee keer in de maand een gesprek over de opdrachten en de voorgang van het leerproces.

De coördinator zorgt ervoor dat het verloop van de stageperiode optimaal wordt verzorgt.

Verwachtingen t.a.v. stagiaires:

  • De stagiaire vindt het werken met kinderen leuk.
  • De stagiaire moet affiniteit hebben met de kinderopvang.
  • De stagiaire moet zich in kunnen leven in de wereld van het jonge kind.
  • De stagiaire respecteert de eigen aard van het kind.
  • De stagiaire herkent de gevoelens en behoeften van het kind en reageert hierop.
  • De stagiaire is gemotiveerd en toont een adequate werkinzet.
  • De stagiaire zal de leefregels m.b.t. de werkwijze naleven.
  • De stagiaire verricht taken op verzorgend gebied.
  • De stagiaire verricht taken op huishoudelijk gebied.
  • De stagiaire biedt activiteiten op het niveau van het kind aan.
  • De stagiaire onderhoudt contact met de ouders.
  • De stagiaire werkt samen met de collega’s.
  • De stagiaire heeft een beroepsgeheim en hanteert deze, ook na het verlaten van de stageplaats.

Afspraken over gedrag

  • De stagiaires moeten bekend zijn onze huisregels en dienen zich daar ook aan te houden.
  • In het geval van het niet naleven van de huisregels en of disfunctioneren kan in overleg met de school en de werkbegeleidster worden besloten niet verder te gaan met de stageplaats bij Nuna kinderdagverblijf.
  • De stagiaires worden als gelijkwaardig aangesproken.
  • Een stagiaire staat gepast de ouders te woord.
  • De stagiaire kleed zich gepast aan de werksituatie, netjes, degelijk en geen lange nagels in verband met hygiëne.

Afspraken over het leerproces

  • De stagiaire staat ten alle tijden samen met een collega op de groep en nooit alleen. De leidsters in opleiding mogen in het einde van het tweede/derde leerjaar, in overleg met school en Nuna kinderdagverblijf voor een gedeelte ingezet worden op de groep. Dit in overeenstemming met de voorwaarden van de CAO kinderopvang.
  • Er vinden gesprekken plaats met de werkbegeleidsters.
  • De stagiaires leggen verantwoording af over hun uren en komen hun afgesproken uren na.
  • Als de stagiaire ziek is moet zij zich vóór 7.30 uur bij de groep ziek melden met opgaaf van reden.
  • Als de stagiaire verlaat is meld zij dat bij de werkbegeleidster.
  • Afspraken en regels vanuit school in het stageboek worden samen met de werkbegeleidster doorgenomen en gelden indien mogelijk ook binnen Nuna kinderdagverblijf.
  • Voor snuffel stagiaires geldt dat zij ten alle tijden boventallig op de groep staan.
  • Een snuffel stagiaire mag alleen kijken en mag geen specifieke handelingen verrichten.

Indeling stageperiode 

De stageperiode wordt ingedeeld in 3 perioden.

De inwerkperiode:
Hier staat 4 weken voor. In deze periode staat het kennismaken centraal, de stagiaire kijkt en vraagt.
Zij oriënteert zich op het werkveld en tracht zich hiermee vertrouwd te maken.

De werkperiode:
In deze periode worden de stage en de werkervarings-opdrachten uitgevoerd naar aanleiding van onze afspraken en het stageplan.
Eventuele aanvullende opdrachten kunnen vanuit Nuna kinderdagverblijf worden verstrekt.

De afsluitperiode:
Deze periode wordt besloten met de eindbeoordeling in het eindgesprek met school. 

Rechten en plichten van de stagiaire

Rechten
De stagiaire heeft recht op begeleiding door een beroepskracht. De stagiaire waarvan de school niet het verlof bepaald heeft recht op een aantal vakantiedagen volgende de CAO kinderopvang. Dit verlof kan in overleg met de coördinator worden opgenomen.

Verantwoordelijkheden tegenover de stagiaire
Alleen BBL leerlingen mogen alleen op de groep staan. De stagiaires mogen niet alleen op de groep staan. Het is aan de coördinator of de stagiaire alleen mag zijn, maar de vaste pedagogisch medewerkers zijn ten alle tijden uiteindelijk verantwoordelijk.

Aanmelden

Wilt u meer informatie over onze mogelijkheden, vul dan het aanmeldformulier in. 

Aanmeldformulier

Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account