11.1 Boeken

  • Luisteren naar kinderen: Dr. Thomas Gordon
  • Kinderen zijn zichzelf: Joyce Gabeler & W. Weeda
  • De kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang: R. van IJzendoorn, L. Tavecchio en M. Riksen-Walraven

11.2 Website: opvoeding, kinderopvang

www.boink.nl

www.ggdbzo.nl

11.3 Gordon cursussen:

Gordon Training Leidinggeven: Leidinggeven vanuit persoonlijk leiderschap en effectieve communicatie

Marianne Burgraaff
Burgemeester Damsstraat 50
5037 NS Tilburg
Mobiel: 06 233 07 187

11.4 Verantwoording

Tekst: pedagogische medewerkers en de directie van Nuna Kinderopvang.

Het pedagogisch beleidsplan is af. Maar wat gebeurt er nu mee?

10.1 Voor medewerkers

Het pedagogisch beleidsplan wordt aan alle werknemers uitgereikt. Elke nieuwe medewerker die bij Nuna Kinderopvang komt werken moet dit pedagogisch beleid lezen en kennen. Ook stagiaires wordt in de beginfase al gevraagd om het pedagogisch beleidsplan te lezen en hiernaar te handelen. De medewerkers ondertekenen een formulier dat dit beleidsplan gelezen en begrepen is en dat zij zullen handelen volgens de richtlijnen. Op deze manier streven wij naar uniforme manier van werken met de kinderen die aan onze zorg zijn toevertrouwd. Zowel in het teamoverleg als in de persoonlijke (voortgangs)gesprekken met de leidinggevende, komen onderwerpen uit het pedagogisch beleidsplan aan bod. Het is daarmee tevens een controle instrument.

10.2 Voor de ouders

Alle ouders/verzorgers die een kind op Nuna kinderopvang hebben, kunnen een exemplaar van het pedagogisch beleid inzien op onze locatie. Op deze manier kunnen ouders/verzorgers toetsen of hetgeen zij ervaren op de kinderdagopvang strookt met wat in het beleidsplan staat beschreven. Daarnaast kunnen ouders/verzorgers in dit beleidsplan lezen of hun ideeën overeenkomen met die van Nuna Kinderopvang, zodat zij de goede keuze maken voor hun kind. Als een visie van een enkele ouder/verzorger afwijkt van de visie van Nuna Kinderopvang, dan dient dit beleid als stelregel.

9.1 De accommodatie, binnen en buiten

9.1.1 Spelmateriaal

9.1.2 Inrichting binnen -en buitenruimte

9.2 De ouders/verzorgers

9.2.1 Communicatie met de ouders/verzorgers

9.2.2 De manieren van communiceren

9.2.3 Kennismaking

9.2.4 Pedagogisch uitgangspunten

9.2.5 Vertrouwd raken met pedagogisch medewerker en de groep (1e keer)

9.2.6 Vertrouwd raken met opvang binnen Nuna

9.2.7 Verantwoordelijkheden van de pedagogisch medewerkers

9.2.8 Verantwoordelijkheden van de ouders /verzorgers

9.2.9 Zieke kinderen

Om het pedagogisch beleid te realiseren moet aan aantal voorwaarden worden voldaan.

De accommodatie, binnen en buiten

Visie

De BSO kinderen hoeven niet altijd gecontroleerd te worden. In de groepen zijn hoekjes ingericht die kinderen aansporen iets met elkaar te ondernemen. Daarnaast is de ruimte open om tegemoet te komen aan de behoefte om vrij te bewegen. Ook buiten kunnen de kinderen zich op een paar plekjes verstoppen. Hekken zorgen voor de veiligheid van de kinderen en maakt het mogelijk dat de oudste zich kunnen bewegen zonder de kleine kinderen bijvoorbeeld omver te lopen.

9.1.1 Spelmateriaal

Het spelmateriaal heeft als doel een uitdaging te zijn voor de kinderen. Het materiaal is divers en stimuleert alle gebieden van ontwikkeling van kinderen. Het is gemaakt voor intensief gebruik en wordt regelmatig vernieuwd, uitgebreid en-waar mogelijk- tussen groepen geruild. De BSO kinderen spelen regelmatig buiten en laten zich niet ontmoedigen door noodweer. Vaak hebben ze op school veel binnen gezeten, waardoor ze de behoefte heb om buiten uit te razen. Binnen wordt er voornamelijk gebruik gemaakt van groepsspellen, knutselmaterialen, poppen, auto's, bouwmaterialen, verkleedkleren, computers en puzzels.

9.1.2 Inrichting binnen – en buitenruimte

De indeling en inrichting is op kinderen gericht. Het pand is ingedeeld in een aantal ruimtes. Bij binnenkomst is er aan de linkerkant een balie die bemand wordt door een of twee receptionistes. Tevens dient deze ruimte voor de administratie van Nuna Kinderopvang. De baliemedewerker en/of de administrateur opent de deur. Deze medewerkers zien door een camera wie er voor de deur staan. Tegenover de balie is de algemene toilet-, was- en serverruimte. Deze toilet is voor het personeel en gasten. Ook de BSO kinderen kunnen, onder toezicht, gebruikmaken van de algemene toilet. De kinderen van de dagopvang hebben een apart toilet/verschoonruimte. Deze ruimte is midden in het pand, voorzien van 2 ingangen zodat er door beide groepen gebruik gemaakt kan worden. De kantine en keuken voor personeel bevind zich naast de administratie.

Recht tegenover de ingang is de ruimte voor de BSO groep. Door middel van een tussendeur vanuit de BSO groep kom je terecht in een gang waar de slaapkamers zich bevinden. Wanneer je deze gang uitloopt kom je in de ruimte van de dagopvang. De dagopvang grenst aan de buitenspeelruimte. Deze is speciaal ingericht voor kinderen in de leeftijd van 0-4 jaar.

De kinderen van de BSO kunnen gebruik maken van het andere deel (grasveldje) van de tuin of kunnen onder toezicht van een pedagogisch medewerker op het grasveld achter het pand van Nuna Kinderopvang terecht. Wanneer het kind aantal het toelaat kunnen de dagopvang en BSO ook samen buiten spelen. Uiteraard altijd onder toezicht van de pedagogisch medewerkers.

De pedagogisch medewerkers zijn altijd aanwezig wanneer de kinderen buiten zijn. Kinderen vanaf 8 jaar, kunnen met toestemming van de ouders/verzorgers zonder toezicht buitenspelen. Belangrijk is dat de kinderen altijd overleg hebben met de pedagogisch medewerker als ze dit gaan doen. De ouders/verzorgers dienen hiervoor wel een speel-zelfstandigheid contracttekenen. Bij mooi weer worden parasols geplaatst, zodat de kinderen uit de zon met water of zand kunt spelen.

De hele buitenruimte is omheind en zijn er strikte afspraken over het open en sluiten van de poorten.

9.2 De ouders/verzorgers

Visie

Nuna Kinderopvang streeft ernaar om de (opvoedings)situatie van thuis en in de kinderopvang zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Een goed overleg en een goede samenwerking, waarbij het kind centraal staat is hiervoor van belang. Ouders/verzorgers kunnen wensen en gewoontes kenbaar maken en de pedagogisch medewerker probeert hier dan zoveel mogelijk rekening mee te houden. Op de dagopvang wordt het dagritme van thuis zoveel mogelijk aangehouden omdat dit in het belang van het jonge kind is. In de BSO groep kunnen kinderen zich al beter aanpassen aan het groepsritme. 

9.2.1 Communicatie met de ouders/verzorgers

Het contact met de ouders/verzorgers is de belangrijkste factor om de kwaliteit van de opvang op Nuna Kinderopvang te realiseren. Ouders/verzorgers kunnen tegenstrijdige gevoelens hebben wanneer zij de zorg van kinderen, hun dierbaarste bezit, aan anderen moeten overlaten. Door de professionele houding is de pedagogisch medewerker zich hiervan bewust en geeft de ouders/verzorgers dan ook de ruimte om hierover te praten. Het doel is dat de ouders/verzorgers vertrouwen krijgen in het feit dat hun kind zich prettig voelt tussen de andere kinderen en in goede handen. De pedagogisch medewerker is een mede opvoeder en hoe beter het contact hoe groter het wederzijds begrip.

9.2.2 De manieren van communiceren

  • De pedagogisch medewerkers zijn het eerste aanspreekpunt voor de ouders/verzorgers en zij kunnen vertellen hoe het met de kinderen gegaan is die dag.
  • Kinderen tot 4 jaar hebben een eigen schriftje. Hierin kunnen zowel de ouders/verzorgers als de medewerkers opmerkingen schrijven. Dit kan zijn over de ontwikkeling van het kind, maar ook gedrag en leuke, grappige en serieuze voorvallen die met het kind te maken hebben. Dit schriftje wordt hiermee een waardevol naslagboekje dat aan het eind van de opvang aan het kind kan worden meegegeven.
  • Ook op de BSO wordt elke dag een korte mondelinge overdracht gedaan door pedagogisch medewerker aan de ouders of verzorgers.
  • Op verzoek van de ouders kan bij de BSO ook gewerkt worden met een schriftje
  • Twee keer per jaar is er een 10-minuten gesprek. Hiervoor zullen de kinderen geobserveerd worden waarbij de bevindingen worden vastgelegd in het observatieformulier. Deze formulieren zullen de leidraad zijn voor de gesprekken.
  • Ouders/verzorgers hebben inzage in het dossier dat van een kind wordt bijgehouden.
  • Met toestemming van de ouders/verzorgers kan het dossier van het kind aan de basisschool beschikbaar worden gesteld.
  • Nuna Kinderopvang geeft minimaal viermaal per jaar een nieuwsbrief uit waar ouders/verzorgers over alle relevante onderwerpen rond Nuna Kinderopvang geïnformeerd worden.
  • Minimaal eenmaal per jaar organiseert Nuna Kinderopvang, in samenwerking met de oudercommissie, een ouderavond voor ouders/verzorgers. Daarbij kan over algemene pedagogische onderwerpen gesproken worden, zoals bijvoorbeeld het toelichten van de Gordon-methode. Tijdens deze ouderavond, maar ook daar buiten, kunnen ouders/verzorgers vragen stellen en ideeën en adviezen kenbaar maken. De directie van Nuna Kinderopvang staat hier zeker voor open, vooral als we hiermee onze kwaliteit kunnen bewaken en verder verbeteren.
  • In dit pedagogisch beleids- en werkplan vinden ouders/verzorgers de visie, uitgangspunten en opvoedingsdoelen, waarop directie en pedagogisch medewerkers aangesproken kunnen worden.
  • Nuna Kinderopvang zal een oudercommissie werven die als mediator kan optreden voor de ouders/verzorgers. Een oudercommissie heeft een reglement. Alle vergaderingen van de oudercommissie zijn openbaar en vinden op de door de commissieleden nader te bepalen locatie plaats.

9.2.3 Kennismaking

De eerste kennismaking met Nuna Kinderopvang zal telefonisch, per mail of persoonlijk gebeuren. Wij geven zoveel mogelijk informatie en bij een bezoek vullen we aan met een rondleiding. Zo mogelijk vertelt de pedagogisch medewerker, van de groep waar het kind eventueel geplaatst gaat worden, nog wat over de groep zelf. Dit hangt af van het ritme en dagprogramma want het welzijn van de kinderen staat bij ons voorop.

9.2.4 Pedagogisch uitgangspunten

In ons beleid zijn de pedagogische uitgangspunten en opvoedingsdoelen terug te lezen. In de benadering, ondersteuning en begeleiding van een kind overleggen we natuurlijk met de ouders/verzorgers en proberen hierbij zoveel mogelijk aan hun wensen te voldoen. Mochten bepaalde benaderingen en denkwijzen niet met elkaar overeen komen dan gaan we hierover in gesprek en zoeken naar een oplossing die het beste is voor het kind en waar beide partijen zich in kunnen vinden.

9.2.5 Vertrouwd raken met pedagogisch medewerker en de groep (1e keer)

Tijdens het kennismakingsgesprek wordt met ouders of verzorgers op allerlei mogelijkheden voor het wennen van henzelf en hun kind gesproken. De pedagogisch medewerkers kunnen daarbij advies geven. Een kind went snel als de ouders of verzorgers ontspannen zijn, ende verzorgers de kans krijgt op eigen manier eraan te wennen, krijgen zij vertrouwen in de pedagogisch medewerker en stimuleren daarmee het vertrouwen van het kind aan de nieuwe situatie.

9.2.6 Vertrouwd raken met opvang binnen Nuna

Ook de ouders/verzorgers moeten wennen aan een nieuwe situatie. De medewerkers van Nuna Kinderopvang gaan de zorg voor hun kind(eren) gedeeltelijk overnemen. De pedagogisch medewerkers kunnen daarbij advies geven. Het uitgangspunt hierbij is dat een ontspannen ouder/verzorger, die vertrouwen heeft in een goede opvang, dit zal doorgeven en uitstralen naar hun kind.

9.2.7 Verantwoordelijkheden van de pedagogisch medewerkers

De pedagogisch medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de kinderen van een groep zijn tevens verantwoordelijk voor een goede relatie met de ouders/verzorgers. Een goede communicatie en de zorg dat de juiste informatie bij de betreffende ouders/verzorgers terecht komt is daarbij heel belangrijk. De medewerkers streven ernaar om alle (pedagogische) informatie zo volledig mogelijk over te dragen aan ouders/verzorgers.

9.2.8 Verantwoordelijkheden van de ouders/verzorgers

Voor het kind is het van belang dat het duidelijk is wie de verantwoordelijkheid. Wij maken hiervoor duidelijke afspraken zodat het kind weet naar wie het moet luisteren. Bij het brengen van het kind blijft de ouder/verzorger verantwoordelijk tot het moment van afscheid. Bij het ophalen van het kind neemt de ouder/verzorger de verantwoordelijkheid voor het kind over op het moment dat het kind hen terug ziet. Hiermee wordt voorkomen de ouder/verzorger en pedagogisch medewerkers beide afwachten tot dat de andere ingrijpt wanneer dit nodig is. De ouder/verzorger heeft dan ook de gelegenheid om ‘met het kind op de arm’ naar de ervaringen van die dag te informeren bij de pedagogisch medewerker.

9.2.9 Zieke kinderen

Bij ziekte van het kind worden de ouders of verzorgers altijd ingelicht en zo nodig gevraagd het kind op te halen. Een ziek kind heeft individuele aandacht en verzorging nodig en op het kinderopvang kan dat niet altijd gegarandeerd worden. Koorts boven de 38,5 graden en besmettelijke (kinder)ziekten (Zie richtlijn GGD), zijn een reden om een kind thuis te laten herstellen: dat is beter voor het kind zelf en voor de andere kinderen op de groep.

De normen van de GGD liggen ter inzage. Wanneer er kinderziektes heersen worden ouders of verzorgers daarvan op de hoogte gesteld door middel van een plaat die opgehangen wordt, waarop staat welke kinderziekten er heerst. De ouders of verzorgers kunnen wensen kenbaar maken betreffende de behoefte van een kind en vragen stellen rond diens ontwikkeling. Constateren de pedagogische medewerkers afwijkingen in de ontwikkeling van een kind, dan zal er altijd contact opgenomen worden met de ouders of verzorgers.

6.1 De begeleiding

6.1.1 Vertrouwd maken met de pedagogisch medewerker EV

6.1.2 Vertrouwd maken met de kinderen

6.1.3 Vertrouwd maken met de omgeging EV/PC/SC

6.2 Activiteiten SC/PC

6.3 Dagindeling PC/ONW

6.4 Dagritme EV/PC/ONW 

6.5 Stimuleren van de ontwikkeling

6.5.1 Stimuleren van de emotionele ontwikkeling (reageren op emoties) EV

6.5.2 Stimuleren van de sociale ontwikkeling SC

6.5.3 Stimuleren van de motorische ontwikkeling PC

6.5.4 Stimuleren van de cognitieve en taalontwikkeling EV/PC

6.6 Rituelen EV/ONW

Dit werkplan vormt een nadere uitwerking van het algemeen pedagogisch werkplan (hoofdstuk 5) en sluit aan bij de vier pedagogische basisdoelen

6.1 De begeleiding

Binnen de dagopvang (baby-dreumesgroep 6 weken tot ± 2 jaar) staat het bieden van emotionele veiligheid centraal. Een veilige hechtingsrelatie vormt de basis voor alle verdere ontwikkeling. Jonge kinderen kunnen zich alleen ontwikkelen wanneer zij zich gezien, gehoord en begrepen voelen.

Wanneer een kind start op de groep, krijgt het extra aandacht en begeleiding. De overgang van de thuissituatie naar de opvang is voor jonge kinderen een grote stap. Door sensitief en responsief te handelen, bouwen pedagogisch medewerkers stap voor stap een vertrouwensband op met het kind.

De begeleiding is afgestemd op:

  • de leeftijd en ontwikkelingsfase;
  • het temperament van het kind;
  • het ritme en de gewoonten van thuis;
  • de individuele behoeften van het kind.

Wij werken met vaste pedagogisch medewerkers op de groep, zodat kinderen herkenbare gezichten zien. Dit bevordert hechting en stabiliteit. Tegelijkertijd leren kinderen ook andere vertrouwde medewerkers kennen, zodat zij zich veilig voelen bij meerdere volwassenen binnen de groep.

Visie

Baby’s en dreumesen zijn van nature nieuwsgierig en leergierig. Zij ontdekken de wereld via hun zintuigen, beweging en contact. Deze ontdekking kan alleen plaatsvinden vanuit een vertrouwde en voorspelbare basis.

Wij geloven dat:

  • een warme, liefdevolle benadering essentieel is voor een gezonde emotionele ontwikkeling;
  • kinderen recht hebben op individuele aandacht binnen de groep;
  • rust, structuur en herhaling bijdragen aan veiligheid;
  • nabijheid en responsiviteit de basis vormen voor zelfvertrouwen.

De pedagogisch medewerker fungeert als veilige haven én als veilige uitvalsbasis. Vanuit deze veilige basis durft het kind op onderzoek uit te gaan en nieuwe ervaringen op te doen.

In de praktijk

De begeleiding van baby’s en dreumesen kenmerkt zich door:

Sensitief en responsief handelen

De pedagogisch medewerker observeert signalen van het kind (honger, vermoeidheid, behoefte aan contact, overprikkeling) en reageert hier passend op. Huilen wordt gezien als communicatie. Emoties worden benoemd en serieus genomen.

Individuele aandacht tijdens verzorgingsmomenten

Momenten zoals voeden, verschonen en naar bed brengen zijn één-op-één momenten van contact. De pedagogisch medewerker maakt oogcontact, praat rustig tegen het kind en neemt de tijd. Deze momenten dragen bij aan hechting en vertrouwen.

Aansluiten bij het ritme van thuis

Bij jonge baby’s wordt het thuisritme zoveel mogelijk gevolgd. Naarmate kinderen ouder worden, groeien zij geleidelijk toe naar het groepsritme. Dit gebeurt zorgvuldig en in overleg met ouders.

Structuur en voorspelbaarheid

Vaste volgordes en terugkerende rituelen geven houvast. Overgangen (zoals naar bed gaan of aan tafel gaan) worden rustig aangekondigd en begeleid.

Bescherming tegen overprikkeling

Baby’s en dreumesen zijn gevoelig voor prikkels. De pedagogisch medewerker bewaakt de rust in de groep en zorgt voor balans tussen activiteit en ontspanning. Indien nodig krijgt een kind de mogelijkheid om zich even terug te trekken of één-op-één aandacht te krijgen.

Pedagogische doelen binnen de begeleiding

Met deze werkwijze dragen wij bij aan:

  • Emotionele veiligheid (EV): het kind voelt zich veilig en geborgen.
  • Persoonlijke competentie (PC): het kind ontwikkelt zelfvertrouwen en zelfstandigheid.
  • Sociale competentie (SC): het kind leert contact maken en reageren op anderen.
  • Overdracht van normen en waarden (ONW): het kind leert respectvol omgaan met zichzelf en anderen.

6.1.1 Vertrouwd maken met de pedagogisch medewerker EV

Voor jonge kinderen is een veilige hechtingsrelatie met een vertrouwde volwassene essentieel. Daarom besteden pedagogisch medewerkers bij de start van een nieuw kind bewust extra tijd aan het opbouwen van een band.

De mentor en de vaste pedagogisch medewerkers zorgen voor:

  • warme, persoonlijke aandacht;
  • sensitieve responsiviteit op signalen van het kind;
  • lichamelijke nabijheid wanneer het kind daar behoefte aan heeft;
  • voorspelbare en rustige interacties.

Hoewel wij werken met vaste gezichten op de groep, leert het kind geleidelijk ook andere vaste pedagogisch medewerkers kennen. Dit gebeurt zorgvuldig en in een veilige setting, zodat het kind zich veilig voelt bij meerdere vertrouwde volwassenen. Zo voorkomen wij afhankelijkheid van één persoon en versterken wij het gevoel van basisveiligheid.

De pedagogisch medewerker fungeert als veilige haven: een plek waar het kind troost en geruststelling vindt. Vanuit deze veilige relatie ontwikkelt het kind vertrouwen om de omgeving te verkennen.

In de praktijk

Tijdens verzorgingsmomenten is er bewust ruimte voor één-op-één contact.

Wanneer een pedagogisch medewerker een baby de fles geeft, gebeurt dit in een rustige, veilige sfeer. Er is oogcontact, de medewerker praat zachtjes en benoemt wat er gebeurt. Na het voeden wordt het kind tegen zich aangehouden voor nabijheid en geborgenheid. Er wordt rustig gezongen of zacht gesproken, zodat het kind zich gezien en veilig voelt.

Deze momenten van aandacht en lichamelijke nabijheid dragen bij aan:

  • het opbouwen van vertrouwen;
  • het reguleren van emoties (co-regulatie);
  • het ontwikkelen van een veilige hechting;
  • het versterken van het welbevinden.

Door consequent sensitief en voorspelbaar te reageren, leert het kind dat zijn signalen ertoe doen en dat er iemand beschikbaar is wanneer het steun nodig heeft.

6.1.2 Vertrouwd maken met de kinderen EV

Naast het opbouwen van een relatie met de pedagogisch medewerker, is het voor baby’s en dreumesen belangrijk om geleidelijk vertrouwd te raken met andere kinderen op de groep. Sociale ontwikkeling begint al op zeer jonge leeftijd. Ook jonge baby’s nemen geluiden, gezichtsuitdrukkingen en bewegingen van anderen waar en reageren hierop.

Wanneer een nieuw kind start op de groep, wordt het rustig geïntroduceerd in de groep. De pedagogisch medewerker benoemt de namen van de andere kinderen en creëert een veilige en overzichtelijke situatie waarin het nieuwe kind de groep kan observeren.

Wij zorgen ervoor dat:

  • het kind eerst vanuit nabijheid van een pedagogisch medewerker kan wennen aan de groep;
  • er geen overprikkeling ontstaat;
  • sociale interacties positief worden begeleid.

Het kind krijgt de ruimte om in eigen tempo contact te maken. Er wordt niets geforceerd. Sommige kinderen observeren eerst, anderen zoeken sneller contact.

In de praktijk

Een nieuwe baby wordt bijvoorbeeld in de box of op een veilige plek op de grond gelegd, dichtbij andere kinderen maar met voldoende ruimte. De pedagogisch medewerker blijft nabij en benoemt wat er gebeurt:
“Dit is Noor, zij ligt ook in de box.”

Oudere baby’s en dreumesen nemen deel aan gezamenlijke momenten, zoals samen aan tafel zitten tijdens eetmomenten. Deze momenten bevorderen het groepsgevoel en de eerste vormen van sociale interactie. Kinderen kijken naar elkaar, lachen, maken geluiden en reageren op elkaars gedrag.

De pedagogisch medewerker begeleidt deze interacties door:

  • positief gedrag te benoemen;
  • voorzichtig te begrenzen wanneer nodig;
  • te zorgen voor veiligheid bij fysiek contact.

Op deze manier leren kinderen dat zij deel uitmaken van een groep, terwijl hun individuele behoefte aan veiligheid en nabijheid gewaarborgd blijft.

6.1.3 Vertrouwd maken met de omgeving EV/ PC/ SC

Voor baby’s en dreumesen is een voorspelbare, veilige en overzichtelijke omgeving van groot belang. Een vertrouwde fysieke omgeving draagt bij aan emotionele veiligheid en stimuleert de behoefte om te ontdekken.

Wanneer een kind start op de groep, krijgt het de tijd om in eigen tempo vertrouwd te raken met de verschillende ruimtes, materialen en dagelijkse routines. De pedagogisch medewerker begeleidt dit proces actief door nabij te blijven, te benoemen wat er gebeurt en het kind te ondersteunen bij nieuwe ervaringen.

Wij zorgen ervoor dat:

  • de ruimte overzichtelijk en veilig is ingericht;
  • vaste plekken herkenbaar zijn (zoals eigen bedje en vaste verzorgingsplek);
  • materialen afgestemd zijn op de ontwikkelingsfase;
  • er een balans is tussen rust en ontdekking.

Ieder kind heeft een eigen slaapplek. Door vaste slaaprituelen en een herkenbare plek in de slaapkamer ontstaat veiligheid en vertrouwen. De overgang naar bed wordt rustig begeleid en aangekondigd.

In de praktijk

Jonge baby’s worden afwisselend op veilige plekken in de groepsruimte neergelegd, zoals op een speelkleed op de grond of in de box. Dit gebeurt altijd onder toezicht en in afstemming op hun ontwikkelingsfase. Door verschillende posities (liggen, draaien, kruipen) worden zintuigen en motoriek gestimuleerd.

Oudere baby’s en dreumesen worden actief meegenomen in het verkennen van de ruimte. De pedagogisch medewerker loopt samen met het kind door de groep, wijst voorwerpen aan en benoemt wat zij zien:
“Hier staat de tafel waar we straks fruit eten.”

Kinderen krijgen ruimte om zelf op onderzoek uit te gaan. De pedagogisch medewerker observeert, moedigt aan en grijpt alleen in wanneer veiligheid daarom vraagt. Zo ontwikkelt het kind vertrouwen in zichzelf én in de omgeving.

Met deze werkwijze dragen wij bij aan:

  • Emotionele veiligheid (EV): het kind voelt zich veilig in een herkenbare omgeving;
  • Persoonlijke competentie (PC): het kind ontwikkelt zelfstandigheid en ontdekkingsdrang;
  • Sociale competentie (SC): het kind leert samen aanwezig te zijn in een gedeelde ruimte.

 6.2 Activiteiten SC/PC

Binnen de baby-dreumesgroep worden activiteiten aangeboden die aansluiten bij de ontwikkelingsfase, interesses en het tempo van het kind. Activiteiten zijn niet gericht op prestatie, maar op beleving, ontdekken en samen ervaren.

De pedagogisch medewerker biedt een rijke, veilige speelomgeving waarin kinderen worden uitgedaagd om te bewegen, te ontdekken en contact te maken met anderen. Hierbij wordt steeds rekening gehouden met de balans tussen activiteit en rust, zodat overprikkeling wordt voorkomen.

Buitenactiviteiten

Bij geschikt weer spelen de oudere baby’s en dreumesen op de eigen, veilig ingerichte buitenruimte. Buiten spelen stimuleert:

  • grove motoriek (kruipen, lopen, klimmen);
  • zintuiglijke ervaringen (wind, zon, geluiden);
  • sociale interactie;
  • zelfvertrouwen.

Wanneer het aantal kinderen en de personele bezetting het toelaten, worden korte wandelingen gemaakt in de directe omgeving. Hierbij staat veiligheid altijd voorop en wordt voldaan aan de geldende beroepskracht-kindratio.

Bij buitenactiviteiten en wandelingen wordt altijd voldaan aan de geldende beroepskracht-kindratio (BKR) en het vierogenprincipe.

Binnenactiviteiten

Binnen worden zowel vrije speelmomenten als begeleide activiteiten aangeboden. De pedagogisch medewerker sluit aan bij het spel van het kind en verrijkt dit door:

  • mee te spelen;
  • taal toe te voegen;
  • nieuwe materialen aan te bieden;
  • interactie tussen kinderen te stimuleren.

Voorbeelden van activiteiten zijn:

Muziek en beweging

Samen liedjes zingen, klappen in de handen, bewegen op muziek en eenvoudige bewegingsspelletjes. Dit stimuleert ritmegevoel, taalontwikkeling en groepsgevoel.

Sociaal spel

Samen spelen naast elkaar of met elkaar. Baby’s leren geleidelijk dat speelgoed gedeeld wordt en dat andere kinderen ook ruimte nodig hebben. De pedagogisch medewerker begeleidt dit proces positief en zonder dwang.

Motorische ontwikkeling

Activiteiten die de grove en fijne motoriek stimuleren, zoals:

  • rollen, kruipen en optrekken;
  • oefenen met zelfstandig zitten;
  • drinken uit een (tuit)beker;
  • zelfstandig stukjes brood pakken;
  • kleuren en verven voor oudere dreumesen.

De ruimte is zo ingericht dat kinderen veilig kunnen bewegen en experimenteren.

Lichamelijk contact en spel

Knuffelen, stoeien, kiekeboe-spelletjes en eenvoudige interacties versterken de hechtingsrelatie en het plezier in samenspel.

Pedagogische doelen

Met deze activiteiten stimuleren wij:

  • Sociale competentie (SC): samen spelen, reageren op anderen, groepsgevoel ontwikkelen;
  • Persoonlijke competentie (PC): zelfvertrouwen, zelfstandigheid en motorische vaardigheden.

Activiteiten worden altijd afgestemd op het individuele kind. Sommige kinderen hebben meer behoefte aan rust en observatie, anderen zoeken actief uitdaging. De pedagogisch medewerker bewaakt deze balans.

6.3 Dagindeling PC/ONW

Binnen de baby-dreumesgroep staat het individuele ritme van het kind centraal. Omdat de ontwikkeling en behoeften van baby’s sterk kunnen verschillen, werken wij niet met een strak, uniform schema. De dagindeling is flexibel en afgestemd op het tempo en de signalen van het kind.

Voor jonge baby’s wordt het dagritme van thuis zoveel mogelijk gevolgd. Dit betreft onder andere:

  • voedingen (borst- of flesvoeding);
  • slaapmomenten;
  • verzorgingsmomenten;
  • specifieke gewoonten of rituelen.

Door deze continuïteit ervaren kinderen herkenning en voorspelbaarheid, wat bijdraagt aan emotionele veiligheid en rust.

Naarmate kinderen ouder worden, groeien zij geleidelijk toe naar een meer gezamenlijk dagritme. Dit gebeurt stap voor stap en altijd in afstemming met ouders. Bijvoorbeeld wanneer kinderen één vast middagdutje gaan doen of deelnemen aan gezamenlijke eetmomenten aan tafel.

Aansluiting bij thuis

Wij vinden het belangrijk dat er zoveel mogelijk herkenningspunten zijn tussen thuis en de opvang. Daarom wordt – in overleg met ouders – rekening gehouden met:

  • het type voeding (meegebrachte flesjes of hapjes);
  • gebruik van specifieke luiers (wegwerp of wasbaar);
  • slaapgewoonten en -rituelen;
  • troostmiddelen zoals een speen of knuffel.

Deze afstemming ondersteunt de overgang tussen thuis en opvang en bevordert het gevoel van veiligheid.

Verzorgingsmomenten

Voedings- en verschoonmomenten vinden plaats op basis van behoefte en signalen van het kind. Deze momenten worden niet alleen gezien als praktische handelingen, maar als waardevolle contactmomenten waarin één-op-één aandacht centraal staat.

Door rust, voorspelbaarheid en respectvolle omgang tijdens deze momenten dragen wij bij aan:

  • Persoonlijke competentie (PC): het kind ontwikkelt zelfregulatie en zelfstandigheid;
  • Overdracht van normen en waarden (ONW): het kind leert dat verzorging zorgvuldig en respectvol gebeurt.

De dagindeling biedt daarmee zowel flexibiliteit voor het individuele kind als geleidelijke voorbereiding op deelname aan een groepsritme.

6.4 Dagritme EV/PC/ONW

Binnen de baby-dreumesgroep werken wij met een herkenbaar dagritme dat houvast en voorspelbaarheid biedt. Tegelijkertijd blijft er ruimte om aan te sluiten bij het individuele ritme en de behoeften van het kind.

Onderstaand schema geeft een globale weergave van de dag. Afwijkingen zijn mogelijk wanneer het belang van het kind daarom vraagt.


07.30 – 09.30 | Brengen en vrij spel

Kinderen worden gebracht. Er is ruimte voor overdracht met ouders/verzorgers.
De kinderen spelen vrij in de groep, onder begeleiding van de pedagogisch medewerkers.


09.30 – 10.00 | Fruitmoment

Gezamenlijk fruit eten of fruithapjes geven.
Kinderen drinken water of melk (geen sap).
Aansluitend vindt een verschoonronde plaats.


10.00 | Eerste slaapronde

Kinderen die behoefte hebben aan slaap worden naar bed gebracht volgens hun eigen ritme.
Overige kinderen spelen vrij of nemen deel aan een activiteit, binnen of buiten.


± 11.00 | Voedingsmoment

Flessen worden gegeven op basis van het individuele ritme van het kind.
Kinderen worden verschoond en, indien nodig, voorbereid op het slaapmoment.


11.00 – 12.15 | Broodmaaltijd

Gezamenlijk brood eten en melk drinken.
Gezichtjes en handjes worden gewassen.
Dit moment draagt bij aan structuur en groepsgevoel.


12.30 | Tweede slaapronde

Kinderen die een middagdutje doen, worden naar bed gebracht.
Het slaapritme wordt afgestemd op de leeftijd en behoefte van het kind.


13.00 – 14.30 | Rust en verzorging

Verschoonronde.
Kinderen die wakker zijn, spelen rustig of nemen deel aan een activiteit.
Er wordt water of melk aangeboden (geen koek of sap).


15.00 | Voedingsmoment

Flessen worden gegeven volgens individueel ritme.
Kinderen kunnen indien nodig een derde slaapmoment hebben.


16.00 | Groentehap of warme maaltijd (indien van toepassing)

Afhankelijk van leeftijd en afspraken met ouders wordt een groentehap of warme maaltijd aangeboden.
Kinderen drinken water of melk.


16.15 | Verzorging

Verschoonronde en aankleden waar nodig.


16.30 – 18.00 / 18.30 | Ophalen

Kinderen worden opgehaald.
Er vindt overdracht plaats naar ouders/verzorgers.


Pedagogische onderbouwing

Het dagritme biedt:

  • Emotionele veiligheid (EV): door vaste momenten en herkenbare structuur.
  • Persoonlijke competentie (PC): kinderen leren geleidelijk deelnemen aan gezamenlijke momenten.
  • Overdracht van normen en waarden (ONW): gezamenlijke eetmomenten en verzorgingsrituelen bevorderen sociale gewoonten.

Flexibiliteit blijft uitgangspunt: het individuele slaap- en voedingsritme van baby’s staat altijd voorop.

6.5 Stimuleren van de ontwikkeling

Binnen de baby-dreumesgroep verlopen verschillende ontwikkelingsgebieden gelijktijdig en in een eigen tempo. Leeftijd en vaardigheden kunnen sterk verschillen. Daarom stemmen pedagogisch medewerkers hun begeleiding voortdurend af op het individuele kind.

Baby’s en dreumesen hebben behoefte aan zowel sociale interactie als momenten van rust. Het samenzijn in een groep is waardevol, maar kan ook intensief zijn. Om overprikkeling te voorkomen, wordt bewust gekozen voor een balans tussen:

  • samenspel en individueel spel;
  • activiteit en rust;
  • groepsmomenten en één-op-één aandacht.

Kinderen krijgen de mogelijkheid om zelfstandig te spelen op een speelkleed of in een veilige afgebakende ruimte. Daarnaast zijn er momenten waarop zij volledige aandacht van de pedagogisch medewerker krijgen tijdens verzorging, voeding of spel.

Door het kind dagelijks te verzorgen, voeden en begeleiden in spel, leert de pedagogisch medewerker het kind goed kennen. Hierdoor kan zij tijdig signaleren wat het kind nodig heeft en passende ondersteuning bieden.

6.5.1 Stimuleren van de emotionele ontwikkeling (reageren op emoties) EV

De emotionele ontwikkeling vormt de basis voor verdere groei. Baby’s communiceren hun behoeften via lichaamstaal, geluiden en huilen. Huilen wordt gezien als een vorm van communicatie. De pedagogisch medewerker reageert sensitief en responsief op deze signalen.

Ook kinderen die weinig huilen, krijgen bewust aandacht en nabijheid.

Emoties benoemen en reguleren

Kinderen ervaren verschillende emoties zoals blijheid, boosheid, frustratie of spanning. De pedagogisch medewerker helpt het kind deze emoties te reguleren door:

  • gevoelens te benoemen (“Ik zie dat je boos bent.”);
  • nabij te blijven;
  • duidelijk en rustig grenzen te stellen;
  • alternatieven aan te bieden.

Wanneer een kind gedrag vertoont dat niet veilig is (bijvoorbeeld klimmen op onveilige plekken of een ander kind pijn doen), wordt dit rustig begrensd. De pedagogisch medewerker:

  • stopt het gedrag;
  • legt eenvoudig uit waarom het niet mag;
  • biedt een passend alternatief.

Er wordt niet gestraft, maar begeleid. Het doel is het kind te helpen begrijpen wat veilig en passend gedrag is.

Verlatingsangst en eenkennigheid

Rond een bepaalde leeftijd kan verlatingsangst optreden. Kinderen begrijpen dan nog niet dat iets wat uit het zicht is, toch blijft bestaan. Door voorspelbare rituelen, korte aankondigingen en spelvormen zoals kiekeboe wordt dit proces ondersteund.

Eenkennigheid is een normale ontwikkelingsfase. Kinderen zoeken dan extra nabijheid bij een vertrouwde pedagogisch medewerker. Door te werken met vaste gezichten en voorspelbaarheid, bieden wij hierin veiligheid.

6.5.2 Stimuleren van de sociale ontwikkeling SC

Sociale ontwikkeling begint al in de babytijd. Baby’s reageren op stemmen, gezichten en geluiden van anderen. Wanneer een pedagogisch medewerker deze signalen beantwoordt, leert het kind dat contact wederkerig is.

Door deze wisselwerking ontstaat:

  • zelfvertrouwen;
  • gevoel van waardering;
  • basis voor hechting.

Ook kinderen onderling beïnvloeden elkaar. Zij observeren, imiteren en reageren op elkaars gedrag. Een lach werkt aanstekelijk; huilen kan ook reactie oproepen.

In de praktijk

Tijdens verzorgingsmomenten wordt contact gemaakt door:

  • praten en benoemen;
  • oogcontact;
  • lachen en spiegelen van geluiden.

Bij gezamenlijke eetmomenten wordt groepsgevoel gestimuleerd door samen te zingen of korte interacties te begeleiden. De pedagogisch medewerker houdt contact met de hele groep, ook wanneer zij één kind verzorgt.

Sociale interacties worden positief begeleid. De pedagogisch medewerker observeert welke kinderen zich tot elkaar aangetrokken voelen en ondersteunt waar nodig bij het leren samen spelen.

6.5.3 Stimuleren van de motorische ontwikkeling PC

Motorische ontwikkeling verloopt bij ieder kind in eigen tempo. Baby’s leren rollen, draaien, kruipen, zitten, optrekken en uiteindelijk lopen.

De pedagogisch medewerkers stimuleren dit door:

  • enthousiast te reageren op pogingen;
  • veilige ruimte te bieden om te bewegen;
  • materialen doelgericht neer te leggen zodat het kind wordt uitgedaagd;
  • voldoende vloerspeeltijd te bieden.

Kinderen worden zo min mogelijk beperkt tot een stoeltje of box. Vrij bewegen is essentieel voor spierontwikkeling, evenwicht en zelfvertrouwen.

De ruimte is zodanig ingericht dat kinderen zich veilig kunnen optrekken en langs meubels kunnen lopen.

6.5.4 Stimuleren van de cognitieve en taalontwikkeling EV/PC

Taal is een essentieel middel voor communicatie en denken. Ook voordat kinderen woorden spreken, communiceren zij via geluiden, mimiek en gebaren.

De pedagogisch medewerkers:

  • praten gedurende de dag tegen de kinderen;
  • benoemen handelingen en situaties;
  • lezen boekjes en benoemen plaatjes;
  • reageren enthousiast op klanken en eerste woordjes.

Wederkerige communicatie

Wanneer een baby brabbelt, reageert de pedagogisch medewerker. Zo ontstaat een wisselwerking:
de medewerker zegt iets → wacht → het kind reageert.

Deze interactie vormt de basis voor taalontwikkeling.

Daarnaast stimuleert de pedagogisch medewerker:

  • oorzaak-gevolg inzicht;
  • herkennen en onthouden;
  • eerste woordbegrip (passieve woordenschat).

Door herhaling, benoemen en voorspelbaarheid leert het kind verbanden leggen en situaties ordenen.

6.6 Rituelen EV/ONW

Rituelen geven jonge kinderen houvast, voorspelbaarheid en herkenning. Door vaste woorden, handelingen en volgordes ontstaat veiligheid en vertrouwen. Binnen de baby-dreumesgroep worden dagelijks terugkerende rituelen bewust ingezet om overgangen soepel te laten verlopen.

Dagelijkse rituelen

Bij het afscheid nemen wordt het kind persoonlijk begeleid. De pedagogisch medewerker neemt het kind eventueel op de arm, zwaait samen naar de ouder/verzorger en benoemt het moment van afscheid. Dit helpt het kind bij het verwerken van de overgang van thuis naar de opvang.

Bij het naar bed gaan wordt een vast slaapritueel gevolgd. De pedagogisch medewerker zegt bijvoorbeeld rustig:
“Welterusten, slaap lekker.”
Door herhaling herkennen kinderen deze woorden en weten zij wat er gaat gebeuren.

Bij het ophalen wordt bewust afscheid genomen van de groep en de pedagogisch medewerker. Er wordt “dag” gezegd, zodat het kind leert dat momenten beginnen en eindigen.

Gezamenlijke momenten

Oudere baby’s en dreumesen eten gezamenlijk aan tafel. Deze vaste eetmomenten dragen bij aan groepsgevoel, rust en sociale ontwikkeling.

Bij verjaardagen wordt samen aan tafel gezeten en wordt er een verjaardagslied gezongen. Het jarige kind staat even in het middelpunt van de aandacht. Op een leeftijdsgerichte manier besteden wij aandacht aan dit bijzondere moment.

Wanneer een kind doorstroomt naar een volgende groep of afscheid neemt van de opvang, wordt hier gezamenlijk bij stilgestaan. Dit gebeurt op een positieve en herkenbare manier, bijvoorbeeld door een passend liedje te zingen. Zo leren kinderen dat veranderingen onderdeel zijn van het leven.

Pedagogische betekenis van rituelen

Door rituelen dragen wij bij aan:

  • Emotionele veiligheid (EV): kinderen weten wat zij kunnen verwachten;
  • Overdracht van normen en waarden (ONW): kinderen leren begroeten, afscheid nemen en samen bijzondere momenten vieren;
  • het ontwikkelen van tijdsbesef en structuur.

Rituelen ondersteunen daarmee zowel het individuele welbevinden als het groepsgevoel.

Subcategorieën

Laatste nieuws

  • Everybody likes a compliment…

    Op 15 september jl. is Nuna kinderopvang, i...

  • Vacatures en stages

    Nuna Kinderopvang is een fantastisch plek om te we...

Aanmelden

Wilt u meer informatie over onze mogelijkheden, vul dan het aanmeldformulier in. 

Aanmeldformulier

Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account