Werken met Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld

De wetgeving rondom de Meldcode is aangepast: melden bij Veilig Thuis wordt bij vermoedens van acute en structurele onveiligheid verplicht. Om pedagogisch medewerkers (en andere beroepskrachten die werken met de Meldcode) te helpen bij het bepalen of er sprake is van deze vermoedens, is er een afwegingskader aan de Meldcode toegevoegd.

Beroepsgroepen

In een werkgroep, bestaande uit aandachtsfunctionarissen werkzaam in gastouderopvang, bso en dagopvang, vertegenwoordigers van Brancheorganisatie Kinderopvang, Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang, Sociaal Werk Nederland en ouderbelangenvereniging BOinK, is gewerkt aan de verbeterde Meldcode kindermishandeling en grensoverschrijdend gedrag voor de kinderopvang. Daarin staat het welbekende stappenplan met in stap vier en vijf het nieuwe afwegingskader. 

5 stappen Meldcode

We noemen de vijf stappen uit de Meldcode, met het nieuwe afwegingskader:

  • Stap 1: In kaart brengen van signalen

De beroepskracht brengt de signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of juist ontkrachten in kaart en legt deze vast. De beroepskracht legt ook alle contacten over de signalen vast, evenals de stappen die worden gezet en de besluiten die worden genomen.

  • Stap 2: Collegiale consultatie en bij twijfel Veilig Thuis en/of een letseldeskundige

De beroepskracht bespreekt de signalen met de aandachtsfunctionaris. Dit is de medewerker werkzaam binnen de kinderopvangorganisatie met specifieke deskundigheid op het terrein van kindermishandeling en huiselijk geweld. Het wordt aanbevolen om bij twijfel advies te vragen aan Veilig Thuis of een letseldeskundige. Dit is doorgaans een taak voor de aandachtsfunctionaris (of dit wordt in overleg met de aandachtsfunctionaris opgepakt).

  • Stap 3: Gesprek met de ouder (en indien mogelijk met het kind)

De aandachtsfunctionaris bespreekt de signalen met de ouders, en indien mogelijk met het kind. De kinderopvangorganisatie kan er echter ook voor kiezen dat het gesprek door de beroepskracht wordt gevoerd, eventueel samen met aandachtsfunctionaris, bemiddelingsmedewerker of leidinggevende. In die gevallen wordt het gesprek altijd voorbereid met de aandachtsfunctionaris. Ook kan tijdens de voorbereiding ondersteuning worden gevraagd aan Veilig Thuis. In de voorbereiding is het van belang rekening te houden met emoties van de ouder(s) en het kind, zoals boosheid, verdriet en angst veroorzaakt door onmacht, loyaliteit, isolement en schaamte.

  • Stap 4: Wegen van het geweld en bij twijfel altijd raadplegen van Veilig Thuis en Stap 5: Beslissen aan de hand van afwegingskader

De beroepskracht weegt in samenwerking met de aandachtsfunctionaris op basis van de signalen, van het (extern) ingewonnen advies en van het gesprek met de ouders het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling. Daarnaast wordt de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling gewogen aan de hand van het afwegingskader en al dan niet in overleg met Veilig Thuis.

Afwegingskader

In stap 4 en 5 wordt het afwegingskader toegepast. Het afwegingskader bestaat uit de volgende twee afwegingen:

  • Afweging 1: Is melden noodzakelijk?
  • Afweging 2: Is zelf passende en toereikende hulp bieden of organiseren mogelijk?

Het is van belang dat beide afwegingen in deze volgorde worden genomen. Een beroepskracht vraagt zich eerst af of melden noodzakelijk is, aan de hand het afwegingskader. Vervolgens besluit de signalerende beroepskracht of het bieden van hulp tot de mogelijkheden van zowel deze beroepskracht als de betrokkenen behoort. Wanneer melden volgens het afwegingskader noodzakelijk is, zal de tweede beslissingsvraag over eventuele hulp en aan welke voorwaarden deze moet voldoen, in overleg met Veilig Thuis worden beantwoord.

Bij twijfel over een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling is het verplicht om Veilig Thuis te raadplegen.

Meldnormen

Beroepskrachten moeten een melding doen bij Veilig Thuis in de volgende situaties:

  • Meldnorm 1: In ALLE gevallen van acute onveiligheid en/of structurele onveiligheid en disclosure.
  • Meldnorm 2: In alle ANDERE gevallen waarin de beroepskracht meent dat hij, gelet op zijn competenties, zijn verantwoordelijkheden en zijn professionele grenzen, in onvoldoende mate effectieve hulp kan bieden of kan organiseren bij (risico’s op) huiselijk geweld en/of kindermishandeling.
  • Meldnorm 3: Wanneer een beroepskracht die hulp biedt of organiseert om betrokkenen te beschermen tegen het risico op huiselijk geweld en/of kindermishandeling, constateert dat de onveiligheid niet stopt of zich herhaalt.

Ondersteunen en beschermen

De betrokkenheid van de beroepskracht bij het kind en ouders en mogelijke gezinsleden houdt niet op na de melding. Er wordt verwacht dat de beroepskracht, naar de mate van zijn mogelijkheden, het kind blijft ondersteunen en beschermen. Uiteraard gebeurt dit in overleg met Veilig Thuis om zo tot een gemeenschappelijke aanpak te komen. Veilig Thuis houdt degene die de melding heeft gedaan op de hoogte van de uitkomsten van het onderzoek en van de acties die in gang worden gezet.

Protocol

In het Protocol kindermishandeling en grensoverschrijdend gedrag komen ook de volgende onderwerpen aan bod:

  1. Meldplicht bij een vermoeden van een geweld- of zedendelict door een medewerker
  2. Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen onderling

Bijlagen, waaronder:

  • Sociale kaart
  • Signalenlijst kindermishandeling 0- tot 4-jarigen
  • Signalenlijst kindermishandeling 4- tot 12-jarigen
  • Observatielijst
  • Het kinddossier

Laatste nieuws

  • Everybody likes a compliment…

    Op 15 september jl. is Nuna kinderopvang, i...

  • Vacatures en stages

    Nuna Kinderopvang is een fantastisch plek om te we...

Aanmelden

Wilt u meer informatie over onze mogelijkheden, vul dan het aanmeldformulier in. 

Aanmeldformulier

Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account